In de vroege jaren van McLarens Formule 1-geschiedenis waren het twee coureurs die het team op de kaart zetten: Emerson Fittipaldi en James Hunt. Emerson Fittipaldi, afkomstig uit Brazilië, was een rijzende ster toen hij in 1974 voor McLaren reed. Met zijn technische finesse en vurige temperament wist hij in dat jaar de titel binnen te slepen. Het was een seizoen dat gekenmerkt werd door intense races en strijd, maar Fittipaldi bleef koel onder druk. Zijn overwinning gaf McLaren niet alleen zijn eerste wereldtitel, maar legde ook de basis voor het team als Formule 1-krachtpatser.
Twee jaar later, in 1976, werd het estafettestokje overgenomen door de flamboyante Brit James Hunt. Hunt was het tegenovergestelde van Fittipaldi qua persoonlijkheid; hij was een echte playboy en stond bekend om zijn excentrieke levensstijl buiten de baan. Maar achter het stuur was hij net zo gefocust en getalenteerd. Hunts seizoen in ’76 is de stuff van legendes, compleet met controverses, inhaalacties en een intense rivaliteit met Niki Lauda. Uiteindelijk won Hunt het kampioenschap met slechts één punt verschil, in een van de meest dramatische seizoensfinales in de geschiedenis van de sport.
Beide coureurs, Fittipaldi en Hunt, waren pioniers in hun tijd. Ze waren compleet verschillend in aanpak en stijl, maar beiden hadden ze het talent en de wil om te winnen die in de Formule 1 onmisbaar zijn. Hun titels in de jaren ’70 legden de basis voor een erfgoed dat zich over verschillende decennia zou uitstrekken, met een reeks coureurs die net zo divers en getalenteerd waren als zijzelf. Het waren de begindagen van McLarens roem, en de impact van deze vroege kampioenen blijft tot op de dag van vandaag voelbaar.
De jaren 80: een decennium van dominantie
Met de jaren 80 brak een nieuwe periode aan voor McLaren, gekenmerkt door zowel technologische innovatie als intense rivaliteiten. Allereerst was er de Oostenrijkse coureur Niki Lauda. Met zijn ervaring en technisch inzicht gaf Lauda het team een enorme boost. Het was uiteindelijk in 1984 dat Lauda het kampioenschap voor McLaren won, en dat met het kleinste verschil ooit: een half punt. Lauda’s overwinning bewees dat McLaren met de absolute top van de Formule 1 kon concurreren.
Maar als het over de jaren 80 en McLaren gaat, komt onvermijdelijk de naam Alain Prost naar voren. De Franse coureur, bijgenaamd ‘de Professor’, was een technisch begaafd rijder die races op magistrale wijze kon ‘lezen’. Met drie titels voor McLaren, in 1985, 1986 en 1989, was Prost een van de meest succesvolle rijders van het team in dit decennium. Zijn strategische benadering van racen en zijn kalme temperament maakten hem tot een fenomeen op de baan.
Prosts jaren bij McLaren zijn vooral bekend van zijn gevechten met Ayrton Senna, een andere McLaren-legende. De rivaliteit tussen Prost en Senna is een van de meest besproken hoofdstukken uit de Formule 1-geschiedenis. Het ging niet alleen om snelheid en racetalent, maar ook om de compleet verschillende persoonlijkheden en racestijlen die met elkaar botsten, zowel op als naast de baan. Die rivaliteit maakte van McLaren hét team om naar te kijken in de jaren 80.
Senna: de magie van een legende
Wanneer je praat over McLarens geschiedenis, kun je niet voorbijgaan aan Ayrton Senna. In de late jaren 80 en vroege jaren 90 kwam deze Braziliaanse coureur bij het team binnen, en wat hij daar liet zien was uitzonderlijk. Met zijn intense focus, snelheid en unieke stijl zette Senna de Formule 1 op zijn kop.
De Braziliaan won zijn eerste kampioenschap voor McLaren in 1988. Het seizoen ’88 zag Senna en zijn teamgenoot (en rivaal) Alain Prost in een felle tweestrijd verwikkeld. De twee waren niet alleen teamgenoten maar ook aartsrivalen, en hun duels op de baan zijn legendarisch geworden. De gespannen verhouding tussen de twee zorgde voor een sportieve spanning die de Formule 1 niet eerder had gezien.
Senna’s titels in 1990 en 1991 waren al even sterk. Hoewel Prost inmiddels het team had verlaten, bleef Senna de onbetwiste ster bij McLaren. Zijn vaardigheden in de regen, zijn bereidheid om risico’s te nemen waar anderen zouden aarzelen, en zijn gevoel voor zijn raceauto maakten hem tot een van de meest bijzondere coureurs die de sport heeft gekend.
Naast zijn racetalent was Senna ook een bijzonder figuur buiten de baan. Hij stond bekend om zijn kijk op het leven en de sport, en om zijn betrokkenheid bij het verbeteren van de veiligheid in de Formule 1. Zijn erfenis blijft voortleven, ook in de huidige generatie coureurs en fans.
De Finse touch: Mika Häkkinen
Na een relatief kampioenschapsloze periode in de mid-jaren 90, kwam McLaren aan het einde van het decennium weer tot leven, dit keer dankzij de Finse coureur Mika Häkkinen. De ‘Flying Finn’ bracht McLaren terug op het hoogste podium met titels in 1998 en 1999.
Häkkinen was niet het soort coureur dat zich liet meeslepen door emotie. Zijn rijstijl was kalm, koel en berekend, iets dat hem goed van pas kwam in het vaak chaotische speelveld van de Formule 1. Deze aanpak maakte hem tot een geduchte tegenstander, vooral in situaties waar het echt op aankwam.
Zijn rivaliteit met Michael Schumacher was een van de hoogtepunten van de late jaren 90 in de Formule 1. De duels tussen Häkkinen en Schumacher waren intens, en beiden wisten het uiterste uit hun machines te halen. Het was een sportieve rivaliteit die het beste in beide coureurs naar boven bracht.
Wat Häkkinen ook bijzonder maakte, was zijn bescheidenheid en teamgeest. Hij begreep dat het succes van een coureur ook het succes van het team is, en dat besef droeg bij aan de prestaties van McLaren in die jaren.
Het tijdperk Hamilton en de lange wachttijd
Na Häkkinen duurde het tot 2008 voordat een McLaren-coureur weer wereldkampioen werd: Lewis Hamilton. De Brit won dat jaar zijn eerste titel met het team, in een seizoen vol rivaliteit en spanning. De ontknoping in Brazilië, waarin Hamilton in de allerlaatste bocht van de laatste ronde de benodigde plaats pakte, staat bekend als een van de spannendste titelbeslissingen ooit.
Hamiltons talent en vermogen om onder druk te presteren waren dat seizoen al duidelijk zichtbaar. McLaren gaf hem het platform om te laten zien wat hij waard was, en Hamilton greep die kans. Hij bleef tot en met 2012 bij het team, maar een tweede titel voor McLaren zat er niet meer in; die kwam er pas na zijn vertrek, bij Mercedes. Hamiltons eerste kampioenschap zette wel de toon voor zijn latere carrière, waarin hij uitgroeide tot een van de meest succesvolle coureurs uit de geschiedenis van de sport. Inmiddels rijdt hij voor Ferrari.
Na Hamiltons vertrek volgde voor McLaren een lange periode zonder titels, met wisselende motorpartners en tegenvallende resultaten. Pas jaren later zou het team weer aan de top staan, en dat gebeurde onder een nieuwe garde coureurs en een nieuwe teambaas.
Norris, Piastri en de terugkeer naar de top
Sinds eind 2022 staat Andrea Stella aan het hoofd van het team, als opvolger van Andreas Seidl. Onder zijn leiding, met fabriek en hoofdkantoor nog altijd in Woking en Mercedes als motorleverancier, groeide McLaren opnieuw uit tot een team dat om de hoogste eer meedoet. Het team verkocht de iconische fabriekshal in Woking wel aan het Amerikaanse Global Net Lease, maar het pand blijft het hoofdkwartier van de renstal.
De doorbraak kwam in 2024, met een constructeurstitel die het team voor het eerst sinds de jaren van Häkkinen weer naar de top van het klassement bracht. Een jaar later volgde de bekroning: McLaren stelde het constructeurskampioenschap van 2025 veilig in Singapore, terwijl Lando Norris en Oscar Piastri onderling streden om de rijderstitel. Die strijd, waarbij ook Max Verstappen lang een rol speelde, werd pas in de laatste race in Abu Dhabi beslist, waar Verstappen de race won maar Norris met een derde plaats genoeg punten pakte voor de titel. Het leverde McLaren een seizoen op met veertien Grand Prix-zeges, een aantal waarmee het team de concurrentie ver achter zich liet.
In 2026 begon McLaren als titelverdediger, maar het team kwam onder de nieuwe technische reglementen minder sterk uit de startblokken dan gehoopt, met Mercedes en Ferrari die de eerste seizoenshelft domineerden. Norris moest even wachten op zijn eerste zege van het jaar, die er in Hongarije kwam, terwijl teamgenoot Piastri met pech en tegenslag kampte. Ondanks de mindere start bleef de onderlinge verstandhouding goed: teambaas Stella liet weten trots te zijn op de manier waarop Norris en Piastri zich na de titelstrijd van het voorgaande jaar bleven gedragen, en volgens hem is de band tussen de coureurs en het team zelfs sterker geworden.
Norris en Piastri vormen ook in 2026 het vaste rijdersduo van het team, met Norris als regerend wereldkampioen. Voor McLaren draait het na de dominantie van 2024 en 2025 nu vooral om het overeind houden van die status: de concurrentie van Mercedes en Ferrari is groot, en het team moet in de tweede seizoenshelft laten zien dat de terugval van de eerste races een tijdelijk dip was en geen trendbreuk.
Conclusie: een rijke erfenis
De geschiedenis van McLaren is die van pieken en dalen, met steeds weer een coureur die het team naar de top tilde: Fittipaldi en Hunt in de jaren 70, Lauda en Prost in de jaren 80, Senna aan het einde van dat decennium, Häkkinen in de late jaren 90, Hamilton in 2008, en sinds 2024 Norris en Piastri onder leiding van Andrea Stella.
Wat die verschillende tijdperken verbindt, is een combinatie van coureurstalent, technische vernieuwing en het vermogen om op het juiste moment de juiste beslissingen te nemen. McLaren bouwde in Woking niet alleen snelle auto’s, maar ook een cultuur waarin die combinatie steeds weer tot titels leidde, met soms lange perioden van droogte ertussen.
Met de titels van 2024 en 2025 heeft het team laten zien dat die formule nog altijd werkt. De vraag voor de rest van de jaren 2020 is of Norris, Piastri en Stella dat succes kunnen bestendigen, of dat McLaren opnieuw op een periode van herbouwen afstevent zoals na het vertrek van Hamilton. De eerste seizoenshelft van 2026 laat zien dat niets vanzelfsprekend is, ook niet voor een titelverdediger.
