Biofuel is brandstof die gemaakt wordt uit biologische bronnen zoals afval, restmaterialen en niet-eetbare plantenresten. In de Formule 1 maakt biofuel sinds 2026 deel uit van de volledig duurzame brandstof die de auto's gebruiken. Deze brandstof staat bekend als Advanced Sustainable Fuel en bestaat uit biofuel, e-fuels of een combinatie van beide.
Tot en met 2025 reden F1-wagens op E10-brandstof. Dit was een mengsel van 90% traditionele brandstof en 10% duurzame ethanol. Vanaf het seizoen 2026 stapte de koningsklasse over op 100% duurzame brandstof. Die brandstof mag geen moleculen meer bevatten die afkomstig zijn uit ruwe olie.
Waar komt biofuel vandaan?
De FIA heeft strenge regels opgesteld voor de biofuel die teams mogen gebruiken. Het moet gaan om zogenaamde tweede-generatie biobrandstof. Dat betekent dat de grondstoffen moeten komen uit huishoudelijk afval, gebruikte plantaardige olie of niet-eetbare biomassa zoals houtafval. De brandstof mag niet gemaakt worden van voedselgewassen zoals maïs of tarwe. Het principe is simpel: als mensen het kunnen eten, mag je het niet verbranden.
Ook moet het productieproces duurzaam zijn. De energie die nodig is om de biofuel te maken, moet komen uit hernieuwbare bronnen. Verder moet de hele productieketen minstens 65% minder broeikasgassen uitstoten dan traditionele brandstof. De certificering van de brandstof gebeurt door een onafhankelijke organisatie die de hele aanvoerketen controleert.
Drop-in brandstof
Een belangrijk kenmerk van de biofuel in de F1 is dat het een zogenaamde drop-in brandstof is. Dat betekent dat je de brandstof direct kunt gebruiken in een normale verbrandingsmotor zonder technische aanpassingen. Je hoeft de motor niet aan te passen of om te bouwen. Dit maakt de technologie interessant voor gewone personenauto's. Wereldwijd rijden nog meer dan een miljard auto's met een benzinemotor rond, en deze brandstof zou daar in principe ook in kunnen worden gebruikt.
Biofuel buiten de raceauto
De Formule 1 gebruikt biofuel niet alleen in de raceauto's. Ook de infrastructuur van de paddock draait voor een deel op duurzame brandstof. Logistiek partner DHL rijdt tijdens de Europese races met vrachtwagens die op biofuel rijden. Ook gebruiken sommige teams biofuel voor generatoren en vorkheftrucks. Tijdens de Grand Prix van Oostenrijk werd het hele paddockcomplex gevoed met een combinatie van zonnepanelen en HVO, een biofuel gemaakt van gebruikte plantaardige olie.
De overstap naar biofuel past in het grotere plan van de Formule 1 om in 2030 volledig CO2-neutraal te zijn. Hoewel de brandstof in de auto's slechts 1% van de totale CO2-voetafdruk van de sport uitmaakt, heeft het een grote symbolische waarde. De F1 wil laten zien dat verbranden van duurzame brandstof een realistisch alternatief is.