Engine mapping is de technische term voor de verschillende software-instellingen waarmee teams en coureurs de prestaties van de motor kunnen aanpassen. In het Nederlands zou je het motorprogrammering of motorinstellingen kunnen noemen. Door verschillende parameters in de motorcomputer (ECU) aan te passen, kan de motor meer of minder vermogen leveren, brandstof besparen of juist maximale prestaties halen.
De motor in een Formule 1 auto bestaat uit zes componenten: de verbrandingsmotor (ICE), turbo, MGU-K, MGU-H, besturingselektronica en energieopslag. Engine mapping bepaalt hoe al deze onderdelen samenwerken. Dit gebeurt door instellingen te veranderen zoals de brandstof-lucht verhouding, het ontstekingstijdstip, de turbodruk en de inzet van het energieterugwinsysteem (ERS).
Hoe werkt engine mapping?
De coureur kan tijdens de race via knoppen op het stuur schakelen tussen verschillende motorstanden. Bij een agressieve instelling krijgt de verbrandingskamer meer brandstof, draait de motor op hogere toeren en komt er meer vermogen vrij. Dit kost echter wel meer brandstof en zorgt voor meer slijtage aan de motor. Bij een zuinige stand gebruikt de motor een schralere brandstofmix, wat brandstof bespaart maar minder vermogen oplevert.
Teams maken vooraf verschillende motorprogramma's klaar die de coureur kan selecteren. Denk aan instellingen voor de kwalificatie, racestarts, inhaalacties of juist brandstofbesparing. De keuze voor een bepaalde instelling kan het verschil maken tussen winnen en verliezen.
Strategisch gebruik tijdens de race
Coureurs gebruiken engine mapping vooral bij inhalen en verdedigen. Voor een inhaalactie kunnen ze tijdelijk meer vermogen vragen uit de motor en extra energie uit de batterij halen. Dit geeft een kort maar krachtig voordeel. Aan de andere kant kunnen ze de motor juist terugschakelen om brandstof te besparen of de motor te ontzien na problemen.
Sinds 2020 gelden er strengere regels. De FIA verbood toen het gebruik van speciale kwalificatiemodi (ook wel 'party mode' genoemd bij Mercedes) die de motor op maximaal vermogen lieten draaien. Teams moeten nu dezelfde motorinstelling gebruiken vanaf het begin van de kwalificatie tot het einde van de race. Enkel voor specifieke momenten zoals formatieronden of rondes achter de safety car mogen ze nog wisselen.