Een blown diffuser is een innovatieve techniek waarbij de hete uitlaatgassen van de motor naar de diffuser aan de achterkant van de auto worden geleid. Hierdoor wordt extra neerwaartse druk (downforce) gecreëerd, wat de grip en snelheid in bochten verbetert. Deze techniek had vooral tussen 2010 en 2012 een grote impact op de prestaties van Formule 1-auto's.
Hoe werkt een blown diffuser?
De diffuser is het gedeelte onder de achterkant van een F1-auto waar de luchtstroom onder de vloer gecontroleerd wordt. Door de uitlaat op een slimme manier te positioneren, wordt de snelle luchtstroom van de uitlaatgassen gebruikt om de werking van de diffuser te verbeteren. De hete gassen bewegen met hoge snelheid en voegen energie toe aan de luchtstroom onder de auto. Dit zorgt voor een sterkere zuigkracht die de auto naar het asfalt trekt.
In de jaren 80 en 90 werden de uitlaatpijpen soms direct in de diffuser geplaatst. De moderne versie uit 2010 was subtieler: de uitlaat werd laag op de carrosserie gemonteerd, zodat de uitlaatgassen langs of over de diffuser stroomden. Dit hielp ook om de turbulente lucht van de achterwielen weg te houden van de diffuser.
Red Bull en de doorbraak
Het was ontwerper Adrian Newey van Red Bull Racing die in 2010 dit oude concept nieuw leven inblies met de RB6. Zijn team werkte nauw samen met motorleverancier Renault om de motormapping aan te passen. Hierdoor bleef er ook uitlaatgas stromen wanneer de coureur van het gaspedaal ging. Deze techniek, bekend als 'off-throttle blowing', loste een groot probleem op: de auto behield zijn downforce tijdens alle fases van een bocht, niet alleen bij vol gas.
Er waren twee varianten: 'cold blowing' waarbij de motor als luchtpomp werkte zonder brandstof, en 'hot blowing' waarbij brandstof in de uitlaat werd gespoten voor nog meer effect. Met deze techniek domineerde Red Bull het seizoen 2010 en nog sterker in 2011 met de RB7, die 12 van de 19 races won.
Waarom werd het verboden?
De FIA vond dat deze techniek te veel voordeel opleverde voor teams die het goed hadden ontwikkeld. Bovendien paste het niet bij het beeld van een meer milieuvriendelijke Formule 1, omdat er extra brandstof werd verbruikt. Voor het seizoen 2012 werden strenge regels ingevoerd die bepaalden waar de uitlaat mocht uitkomen. Dit maakte de blown diffuser in zijn effectieve vorm onmogelijk. Teams probeerden het concept daarna nog met het Coanda-effect, maar vanaf 2014 verdween de techniek volledig toen de uitlaat op de middellijn van de auto moest worden geplaatst.