Refuelling (tanken in het Nederlands) was het proces waarbij F1-auto's tijdens een race brandstof konden bijvullen bij een pitstop. Deze praktijk is sinds 2010 verboden in de Formule 1. Tegenwoordig starten alle auto's met een volle brandstoftank en moeten ze de hele race afleggen zonder bij te tanken.
Het bijvullen van brandstof tijdens races was niet altijd toegestaan in de F1. In 1982 introduceerde het Brabham-team onder leiding van ontwerper Gordon Murray het moderne refuelling als strategische zet. Het idee was simpel: een auto met minder brandstof is lichter en dus sneller. Door met een halflege tank te starten en halverwege bij te tanken, kon de auto gedurende de hele race sneller rijden.
Geschiedenis van refuelling
Na de introductie in 1982 werd refuelling al in 1984 weer verboden vanwege veiligheidsredenen. In 1994 keerde het terug met strenge regels van de FIA. Teams kregen gestandaardiseerde tankapparatuur van de Franse firma Intertechnique, die brandstof pompten aan een snelheid van 12 liter per seconde. Ter vergelijking: een gewoon benzinestation pompt ongeveer 0,63 liter per seconde.
Van 1994 tot en met 2009 was refuelling een belangrijk onderdeel van de racestrategie. Teams konden kiezen voor verschillende benaderingen: starten met weinig brandstof voor een lichtere, snellere auto maar meer pitstops, of juist vol tanken en minder vaak stoppen. Michael Schumacher stond bekend om briljante strategieën waarbij hij soms vier keer stopte om bij te tanken, zoals bij de Grand Prix van Frankrijk in 2004.
Waarom werd refuelling verboden?
In 2010 werd refuelling opnieuw verboden, deze keer permanent. Daar waren drie redenen voor. Ten eerste was veiligheid een grote zorg. Er gebeurden regelmatig gevaarlijke incidenten waarbij brandstof morste of vlam vatte. Een bekend voorbeeld is Jos Verstappen bij de Grand Prix van Duitsland in 1994, toen zijn auto in vlammen opging tijdens het tanken. Ook kwam het voor dat coureurs wegreden terwijl de slang nog vastzat, zoals bij Heikki Kovalainen in 2009, waarbij coureur Kimi Raikkonen werd overgoten met brandstof die vervolgens vlam vatte.
Ten tweede wilden teams kosten besparen. Het vervoeren van zware tankinstallaties en de specialisten die deze bedienden kostte naar schatting één miljoen euro per seizoen per team. Ten derde wilde de FIA meer inhaalacties op de baan zien. Tijdens het refuelling-tijdperk vonden veel inhaalmanoeuvres plaats via strategie in de pits in plaats van op het circuit zelf. Na het verbod in 2010 steeg het aantal inhaalacties direct.
Refuelling vandaag
Sinds 2010 is refuelling niet meer toegestaan tijdens races. Elke auto mag maximaal 110 kilogram brandstof meenemen en moet de hele race afleggen met deze hoeveelheid. Dit betekent dat brandstofmanagement nu onderdeel is van de rijstrategie, net zoals bandenmanagement. Auto's werden in 2010 ook ongeveer 22 centimeter langer om plaats te maken voor grotere brandstoftanks. Hoewel sommige coureurs en fans soms pleiten voor terugkeer van refuelling, is de kans klein dat dit gebeurt vanwege veiligheid, kosten en de focus op duurzaamheid.