Slipstream

Wat is Slipstream?

Slipstream is een aerodynamisch voordeel dat een coureur krijgt wanneer hij vlak achter een andere auto rijdt op een recht stuk. De voorliggende auto duwt de lucht opzij en creëert zo een zone met lagere luchtdruk achter zich. De volgende auto ondervindt daardoor minder luchtweerstand en kan daardoor hogere snelheden bereiken zonder extra motorvermogen. In het Nederlands wordt dit fenomeen ook wel 'windschaduw' genoemd, maar de Engelse term slipstream is in de Formule 1 wereld gebruikelijker.

Hoe werkt slipstream?

Als een F1-auto door de lucht snijdt, ontstaat er voor de auto een zone met hoge druk en achter de auto een zone met lage druk. Deze lagedrukzone wordt ook wel de 'wake' genoemd. Wanneer een tweede auto dicht genoeg achter de eerste rijdt en in deze wake terecht komt, ervaart deze auto minder luchtweerstand. Het resultaat is dat de achterliggende auto met hetzelfde motorvermogen sneller kan rijden dan wanneer deze alleen zou racen. Op lange rechte stukken kan dit verschil oplopen tot 5 tot 15 kilometer per uur extra topsnelheid.

Slipstream in de race

Tijdens een race is slipstream een belangrijke tactieken om een inhaalactie voor te bereiden. Een coureur die uit een bocht komt en goed uit de slipstream van zijn voorganger zit, kan op het volgende rechte stuk aanzienlijk sneller rijden. Dit geeft hem de mogelijkheid om naast de voorliggende auto te komen en bij de volgende bocht een inhaalpoging te wagen. Op circuits met lange rechte stukken zoals Monza, Spa en Baku is het slipstream-effect het sterkst. Op krappe circuits zoals Monaco speelt het nauwelijks een rol omdat er bijna geen lange rechte stukken zijn.

Slipstream tijdens kwalificatie

Ook in de kwalificatie wordt slipstream bewust ingezet. Teams sturen hun coureurs soms samen de baan op zodat de ene coureur de ander een slipstream kan geven. Dit wordt ook wel een 'tow' genoemd. Door vlak achter een teamgenoot te rijden, kan een coureur waardevolle tienden van een seconde winnen op een ronde. Dit kan het verschil maken tussen een plekje op de eerste startrij of verder naar achteren starten. De kunst is om op de juiste afstand te blijven: dichtbij genoeg voor het slipstream-voordeel, maar niet zo dichtbij dat je last krijgt van turbulente lucht in de bochten.

Het nadeel: dirty air

Slipstream heeft ook een keerzijde. De turbulente lucht achter een auto wordt 'dirty air' genoemd en zorgt ervoor dat de vleugels en onderkant van de volgende auto minder goed werken. Dit resulteert in minder downforce en dus minder grip in de bochten. De auto wordt moeijlijker te besturen, onderstuurt sneller en de banden slijten harder. Op een recht stuk is slipstream dus voordelig, maar in bochten werkt dezelfde turbulente lucht juist tegen. Coureurs moeten daarom continu afwegen wanneer ze dichtbij willen blijven en wanneer ze beter wat meer afstand kunnen houden.

Verschil met DRS

Slipstream is een natuurlijk effect dat altijd optreedt wanneer je achter een andere auto rijdt. DRS daarentegen is een systeem waarbij de achtervleugel wordt geopend om de luchtweerstand te verminderen. Tijdens de race mag DRS alleen in bepaalde zones worden gebruikt en alleen wanneer je binnen een seconde achter een andere auto zit. In de kwalificatie mogen coureurs DRS vrijelijk gebruiken. Slipstream en DRS worden vaak gecombineerd voor maximaal effect bij inhaalacties.