Turbulence is de onrustige, chaotische luchtstroom die een Formule 1-auto achter zich laat wanneer hij door de lucht rijdt. Deze turbulente lucht wordt ook wel 'dirty air' genoemd en heeft een grote invloed op de prestaties van een volgende auto. Terwijl de voorste wagen door schone, gladde lucht rijdt, krijgt de achtervolgende coureur te maken met verstoorde lucht die de aerodynamica van zijn auto flink kan verstoren.
De turbulentie ontstaat omdat een F1-auto de lucht gebruikt om neerwaartse druk te creëren. De vleugels, diffuser en andere onderdelen verplaatsen de lucht op een bepaalde manier om de auto tegen het asfalt te drukken. Wanneer die lucht de auto heeft gepasseerd, blijft er een wake achter van lage druk en wervels. Deze turbulente zone kan zich meters achter de auto uitstrekken.
Impact op de achtervolgende auto
, vooral in bochten waar grip zo belangrijk is. Zonder die druk heeft de auto minder grip en gaat hij eerder schuiven. De coureur moet dan harder werken om de auto onder controle te houden, wat ook nog eens voor snellere bandenslijtage zorgt. , met kans op oververhitting.
Het grootste probleem zit in bochten. . Op rechte stukken kan diezelfde turbulente lucht juist voordelig zijn doordat de achtervolgende auto in de slipstream komt en minder luchtweerstand ondervindt.
Regelementswijzigingen
. De FIA introduceerde daarom een compleet nieuwe auto-filosofie met ground effect, waarbij de onderkant van de auto de hoofdbron van neerwaartse druk werd in plaats van de vleugels. Het doel was om minder turbulente lucht te produceren en zo dichter racen mogelijk te maken.
. Ook werden bargeboards verboden en voorvleugels vereenvoudigd. .
. Voor 2026 worden opnieuw aanpassingen doorgevoerd om dit tegen te gaan, inclusief actieve aerodynamica die de auto's beter moet laten presteren wanneer ze dicht achter elkaar rijden.