Low drag (lage luchtweerstand) is een aerodynamische setup waarbij een Formule 1-auto zo min mogelijk weerstand ondervindt van de lucht tijdens het rechte stuk. Teams kiezen voor deze afstelling op circuits met lange rechte stukken, zoals Monza en Spa, waar topsnelheid belangrijker is dan snelheid door bochten.
Hoe werkt een low drag setup?
Bij een low drag configuratie monteren teams kleinere achtervleugels met een vlakkere hoek. Hierdoor stroomt de lucht makkelijker langs de auto, wat de luchtweerstand verlaagt. Het nadeel is dat dit ook minder neerwaartse druk (downforce) genereert. De auto heeft daardoor minder grip in bochten, maar kan wel harder op de rechte stukken.
Deze keuze is een typisch voorbeeld van de afweging die teams elk weekend maken: meer snelheid op het rechte stuk betekent automatisch minder snelheid door bochten. Op circuits waar je veel tijd op volle snelheid rijdt, wint de low drag aanpak meestal.
Wanneer kiezen teams voor low drag?
Het Autodromo di Monza in Italië is het bekendste voorbeeld van een low drag circuit. Hier zie je de kleinste achtervleugels van het hele seizoen. Ook circuits als Spa-Francorchamps en Baku hebben lange rechte stukken waar teams de luchtweerstand willen minimaliseren. Op bochtige circuits zoals Monaco of Hongaroring draai je dit om en ga je juist voor maximale downforce.
Low drag versus high downforce
Het tegenovergestelde van low drag is high downforce. Waar low drag zorgt voor hoge topsnelheid, zorgt high downforce voor betere tractie en remmen. Teams analyseren elk circuit om de juiste balans te vinden tussen beide extremen. Elk onderdeel van de auto draagt bij aan deze balans: van de hoek van de voorvleugel tot de vorm van de onderkant van de auto.
Interessant detail: zelfs met DRS (Drag Reduction System) blijft de basis setup belangrijk. DRS helpt tijdelijk met inhalen, maar de gekozen vleugel bepaalt het karakter van de auto voor de hele race.