Marbles is de term voor kleine stukjes rubbergruis die tijdens een Formule 1-race van de banden loskomen en zich naast de racinglijn ophopen. Deze rubberen brokjes lijken op knikkers en vormen vooral aan de buitenkant van bochten en in de uitloopzones een glibberige laag op het circuit.
Deze marbles ontstaan doordat de zachte F1-banden bij hoge temperaturen slijten. Kleine stukjes rubber die van de band afkomen zijn nog heet en plakkerig, waardoor ze aan elkaar kleven en kleine balletjes vormen. Hoe zachter de bandenmix, hoe meer marbles er ontstaan tijdens een race. De stukjes rubber verzamelen zich buiten de ideale racinglijn, omdat auto's daar minder vaak rijden.
Waarom zijn marbles gevaarlijk?
Wanneer een coureur over marbles rijdt, verliezen de banden direct veel grip. De rubberen brokjes plakken vast aan de warme banden en zorgen voor een oneffen bandenoppervlak. Hierdoor neemt het contactvlak met het asfalt af en kan de auto gaan slippen of schuiven. Dit maakt inhalen buiten de racinglijn erg lastig, vooral later in de race wanneer er veel marbles liggen.
Rubber oppakken na de race
Na afloop van een race hoor je engineers vaak via de boordradio vragen of de coureur 'rubber wil oppakken'. Dit klinkt tegenstrijdig, maar heeft een tactische reden. Tijdens de race verliest de auto gewicht door brandstofverbruik, bandenslijtage en slijtage van onderdelen. Om te voorkomen dat de auto na de race onder het minimumgewicht komt en gediskwalificeerd wordt, rijden coureurs bewust over de marbles. De warme banden pikken dan extra rubber op, wat enkele kilo's extra gewicht kan opleveren. Dit is een toegestane tactiek die teams al jaren gebruiken.