De soft compound is de zachste en snelste droogweerband die beschikbaar is tijdens een Formule 1 raceweekend. Deze band is te herkennen aan de rode markering op de zijkant en biedt de beste grip van alle beschikbare compounds. Dankzij die extra grip kunnen coureurs snellere rondetijden rijden, wat de soft compound ideaal maakt voor kwalificatiesessies of korte racestints.
Het grootste nadeel van de zachte band is dat deze veel sneller slijt dan de medium of harde variant. De band warmt snel op en bereikt direct de optimale werktemperatuur, maar degradeert ook aanzienlijk sneller. In een race betekent dit dat teams die op de soft starten vaak eerder een pitstop moeten maken om vers rubber onder de auto te krijgen. De keuze voor de zachte band is daarom altijd een afweging tussen snelheid en duurzaamheid.
Het bandensysteem van Pirelli
Pirelli gebruikt meerdere compounds die variëren in hardheid. Sinds 2025 heeft de bandenleverancier zes verschillende compounds: van C0 (hardste) tot C6 (zachtste). Voor elk raceweekend selecteert Pirelli drie van deze compounds, afhankelijk van de eigenschappen van het circuit en de verwachte slijtage. De drie gekozen compounds krijgen vervolgens de labels hard (wit), medium (geel) en soft (rood), ongeacht welke nummering ze in het Pirelli-assortiment hebben. Zo kan een C3-compound op het ene circuit als 'soft' worden gebruikt, terwijl diezelfde C3 op een zwaarder circuit juist de 'hard' is.
Strategisch gebruik
Teams zetten de soft compound meestal in tijdens de kwalificatie om de snelst mogelijke ronde te rijden en een goede startpositie te bemachtigen. In de race wordt de zachte band vaak gebruikt voor een korte openingsstint of juist aan het einde van de race bij een late aanval op een concurrent. Op circuits als Monaco of Singapore, waar de bandenslijtage laag is, kan de soft compound ook langer meegaan. Op circuits met hoge belasting zoals Silverstone of Suzuka wordt de zachte band juist snel afgebroken en vermijden teams deze waar mogelijk tijdens de race.