De WK-stand is de ranglijst die laat zien hoeveel punten elke coureur of team heeft verzameld tijdens het Formule 1-seizoen. WK staat voor wereldkampioenschap. Aan het einde van het seizoen wordt de coureur met de meeste punten wereldkampioen bij de rijders. Het team met het hoogste totaal van beide coureurs wint het constructeurskampioenschap.
De Formule 1 kent twee aparte klassementen. Het rijderskampioenschap houdt de individuele prestaties van elke coureur bij. Het constructeurskampioenschap telt de punten van beide coureurs van een team bij elkaar op. Een team kan dus constructeurskampioen worden, terwijl een van hun coureurs niet wereldkampioen wordt bij de rijders.
Hoe werkt de puntentelling?
De top tien coureurs van elke Grand Prix krijgen punten. De winnaar ontvangt 25 punten, de nummer twee 18 punten, en de nummer drie 15 punten. Daarna wordt het verschil steeds kleiner: 12, 10, 8, 6, 4, 2 en 1 punt voor respectievelijk de vierde tot en met tiende plaats. Bij sprintraces ontvangen de eerste acht coureurs punten, met 8 punten voor de winnaar.
Deze punten worden na elke race direct opgeteld bij de tussenstand. Het huidige systeem is sinds 2010 van kracht en zorgt ervoor dat meer teams regelmatig kunnen scoren. Voorheen kregen alleen de eerste zes of acht coureurs punten. Het grotere verschil tussen de eerste en tweede plaats stimuleert coureurs om voor de overwinning te gaan in plaats van tevreden te zijn met een tweede plek.
Gelijke stand
Als twee coureurs aan het einde van het seizoen evenveel punten hebben, wordt de wereldkampioen bepaald door te kijken naar wie de meeste overwinningen heeft. Hebben beide rijders evenveel gewonnen, dan telt het aantal tweede plaatsen, en daarna het aantal derde plaatsen. Dit is in de geschiedenis van de F1 nog nooit voorgekomen bij de eindstand, maar het kampioenschap is wel acht keer beslist met slechts één punt verschil.
Wanneer een coureur tijdens het seizoen van team wisselt, neemt hij zijn behaalde punten mee naar zijn nieuw team. Het oude team behoudt ook de punten die de coureur tot dat moment had gescoord voor het constructeurskampioenschap. Een bekend voorbeeld is Max Verstappen, die in 2016 na vier races overstapte van Toro Rosso naar Red Bull Racing.