Mario Andretti is een van de weinige coureurs die op elk soort circuit kon winnen: ovals, stratencircuits, permanente banen, het maakte hem weinig uit. De Amerikaan met Italiaanse wortels werd in 1978 wereldkampioen in de Formule 1 en bouwde daarnaast een van de meest veelzijdige carrières uit de Amerikaanse racegeschiedenis op.
Van vluchteling tot racelegende
Andretti werd geboren in Montona, destijds Italië, tegenwoordig Kroatië. Zijn familie vluchtte na de Tweede Wereldoorlog en bracht jaren door in een vluchtelingenkamp voordat ze in 1955 naar de Verenigde Staten emigreerde. Daar ontdekte hij samen met zijn tweelingbroer Aldo het racen, en die passie liet hem nooit meer los.
Voordat hij in de Formule 1 furore maakte, had Andretti in Amerika al naam gemaakt. Hij werd driemaal USAC-kampioen (1965, 1966 en 1969), won de Indianapolis 500 in 1969 en de Daytona 500 in 1967. Daarmee behoort hij tot een select gezelschap coureurs met succes in zowel ovalracing als de Formule 1.
Formule 1: debuut en de titel van 1978
Andretti debuteerde in de Formule 1 in 1968 voor Lotus en reed in de jaren daarna met wisselende teams, waaronder March en Ferrari, voordat hij zich vanaf 1976 definitief bij Lotus vestigde. Bij het team van Colin Chapman vond hij de auto die zijn carrière zou bekronen: de Lotus 79, een van de eerste wagens die optimaal gebruikmaakte van het ground-effect-principe. Met die auto domineerde Andretti het seizoen 1978 en pakte hij de wereldtitel.
Dat kampioenschap kreeg een bittere bijsmaak. Teamgenoot Ronnie Peterson raakte bij de start van de Italiaanse Grand Prix op Monza betrokken bij een zware crash en overleed een dag later aan zijn verwondingen. Peterson eindigde postuum als tweede in het klassement, achter Andretti. Het duo stond dat seizoen bekend als een van de sterkste line-ups uit die periode, en het verlies van Peterson drukte een zware stempel op wat voor Andretti persoonlijk het hoogtepunt van zijn Formule 1-loopbaan had moeten zijn.
Na 1978 kalfde het succes van Lotus af. Andretti bleef nog een aantal seizoenen actief in de koningsklasse, onder meer voor Alfa Romeo en opnieuw Ferrari, waar hij in 1982 nog een podium pakte op Monza. Zijn laatste volledige seizoen in de Formule 1 was 1982, al keerde hij in de jaren erna nog incidenteel terug voor invalbeurten.
Terug naar Amerika
Na zijn Formule 1-jaren richtte Andretti zich weer op het Amerikaanse racen. In 1984 werd hij CART-kampioen, wat zijn status als een van de meest veelzijdige coureurs uit de geschiedenis van de sport bevestigde. Hij bleef tot ver in de jaren negentig actief in de IndyCar-wereld en reed zijn laatste Indianapolis 500 in 1994.
Nazorg en erfenis
Andretti geldt als de enige coureur die de Indianapolis 500, de Daytona 500 en een Formule 1-wereldtitel op zijn naam heeft staan. Die combinatie maakt hem tot op de dag van vandaag een referentiepunt wanneer het gaat over veelzijdigheid in de autosport.
Zijn naam leeft ook binnen de sport voort via zijn familie. Zoon Michael Andretti bouwde een eigen racecarrière en later een team op, en kleinzoon Marco Andretti reed eveneens de Indy 500. Die lijn kreeg in 2026 een Formule 1-vervolg: het nieuwe Cadillac-team, voortgekomen uit het project van de familie Andretti, ging dat jaar van start in de koningsklasse met Mario Andretti als bestuurslid. De auto waarmee het team debuteerde kreeg de naam MAC-26, een verwijzing naar zijn initialen. Voor een coureur die zijn Formule 1-titel bijna vijftig jaar eerder pakte, is dat een opmerkelijke late terugkeer in de paddock die hij ooit zelf domineerde.
