Mattia Binotto ontkent niets. Sterker nog, hij doet vrijwel het tegenovergestelde. Gevraagd naar de aanhoudende geruchten over Sainz naar Audi grijpt de Italiaan de kans aan om uit te leggen waarom die verhalen zijn project juist goed uitkomen. Een echte ontkenning klinkt anders.
Sainz naar Audi: geen ontkenning van Binotto
“Ten eerste lees ik zelf de kranten niet, of niet veel, dus ik hoor het van jullie”, zei Binotto toen hem naar de link met Carlos Sainz werd gevraagd. Vervolgens gaf hij toch antwoord. “Carlos is zeker iemand die ik heel goed ken, en het is ergens gemakkelijk en voor de hand liggend om hem aan Audi te linken, maar ik kan alleen maar zeggen dat ik erg blij ben met de line-up die we hebben.” Over Nico Hülkenberg en Gabriel Bortoleto zei hij: “Het zijn twee zeer snelle coureurs, en ik ben blij omdat het snelle coureurs zijn, allebei.”
Lees ook: Vowles geeft toe: omvang Williams-crisis verraste mezelf
Binotto ziet de geruchten vooral als reclame voor zijn eigen team. “Het feit dat andere coureurs aan ons team worden gelinkt, kan me alleen maar heel blij maken, want het toont aan dat de geloofwaardigheid van ons project verbetert. Het laat zien dat de perceptie van buitenaf dat we op een dag competitief kunnen worden, niet langer een gerucht is, maar een feit.”
Van vertrouwen in Vowles naar een chassis dat te zwaar is
Dat de naam van Sainz überhaupt weer valt, is op zichzelf al opmerkelijk. Toen hij vorig jaar zijn stoeltje bij Ferrari kwijtraakte aan Lewis Hamilton, koos hij bewust voor Williams. Niet voor Audi, niet voor Alpine. “James was heel overtuigend en heel eerlijk”, zei Sainz destijds over teambaas James Vowles. “Hij probeerde me geen sprookje te verkopen. Hij liet me de investeringen zien, het technische talent dat werd binnengehaald en waar de zwaktes zaten die opgelost moesten worden. Ik geloof in leiderschap, en James overtuigde me dat Williams op het juiste pad zit.”
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Dat pad loopt in 2026 vol kuilen. De nieuwe auto’s moesten lichter worden, maar bij Williams ging dat mis. Structurele onderdelen kwamen te laat af, de fabriek in Grove liep vast op productieproblemen en het chassis kwam uiteindelijk een aantal kilo boven het wettelijke minimum uit. Onderdelen werden soms pas uren voor de eerste test afgerond. In Australië reden Alex Albon en Sainz respectievelijk één en twee ronden achter de winnaar. Vowles nam de verantwoordelijkheid voor de chaos rond de bouw van de FW48, maar hield vol dat de lange termijn koers klopt.
Sainz raakt geduld kwijt
Punten zijn schaars gebleven. Williams moet het hebben van rommelige races zoals in China, Miami, Canada en Monaco om af en toe iets te scoren. In Hongarije kwalificeerden Sainz en Albon achttiende en negentiende, om vervolgens twee ronden achter winnaar Lando Norris over de finish te komen. Sainz noemde het weekend “een van de lastigste” uit zijn carrière. Elders daagde hij zijn eigen team uit om sneller stappen te zetten, met Aston Martin als voorbeeld van wat mogelijk is.
Lees ook: Cadillac stopt ontwikkeling 2026-auto, bevestigt Bottas
Voor de zomerstop gaf Sainz zelf toe dat zijn toekomst afhangt van “hoe snel we terugveren” en dat hij zijn management heeft gevraagd zijn opties te onderzoeken. Geen vertrekverklaring, wel een duidelijk signaal dat geduld niet oneindig is.
Audi klimt, Williams zakt
Terwijl Williams sukkelt, boekt Audi juist progressie. Bortoleto kwalificeerde zich in België knap als achtste en pakte daar punten. Hülkenberg deed dat in Hongarije nog eens dunnetjes over met een negende plaats na kwalificatie op P10. Audi staat inmiddels boven Williams in de constructeursstand, ondanks dat het merk pas zijn eerste seizoen als fabrieksteam draait en een motorupgrade bewust uitstelt tot 2027.
Conclusie
Binotto noemt de geruchten geen bedreiging maar een compliment. Dat klinkt slim, maar het is ook een handige manier om een deur op een kier te laten staan zonder zelf iets te hoeven beloven. Voor Sainz blijft de vraag simpel: hoeveel seizoenen wacht je op een belofte, voordat die belofte zelf een excuus wordt?