Williams-teambaas James Vowles wil dat de cost cap verandert, en hij heeft cijfers om dat te onderbouwen. Op de persconferentie van de teambazen voor de Grand Prix van Bahrein in Maleisië zei hij dat het budgetplafond de kloof tussen de top vier en de rest groter maakt. Williams en de andere middenmoters zitten volgens hem vast in een systeem waaruit ze zelf niet kunnen ontsnappen. De cost cap in de Formule 1 geldt sinds 2021.
Eerst nam Vowles de schuld voor de eigen tegenvaller op zich. Op een vraag van The Race over de kans dat een team buiten de top vier in het tijdperk van de cost cap nog naar voren komt, antwoordde hij: “Allereerst neem ik de fouten die we deze winter hebben gemaakt voor mijn rekening. Die moeten we loskoppelen van deze vraag. We zijn achteruitgegaan. We hadden een auto die te zwaar was.”
Drie doelen, waarvan er twee mislukten
Daarna ging Vowles terug naar het begin. Toen de cost cap werd besproken, in coronatijd, wilde de Formule 1 er drie dingen mee bereiken: financiële duurzaamheid, sportieve gelijkheid en een veld dat dichter bij elkaar zou komen.
Het eerste doel is volgens hem ruim gehaald. “Dit is nu een sport met goede investeringen, het zijn echte bedrijven. Vóór 2021 waren ze dat helemaal niet”, zei hij. Over de andere twee is hij kort: “Die twee zijn mislukt.”
Vowles onderbouwde dat met cijfers. Over de afgelopen vijftien jaar scoorden de top vier teams in de vijf jaren met cost cap 83 procent van de punten. Daarvoor lag dat aandeel tussen de 70 en 80 procent. De overige teams vechten dus om ongeveer 17 procent. Het aandeel podiumplaatsen voor teams buiten de top vier zakte van 10 naar 5 procent. The Race kwam bij een eigen analyse van 2011 tot en met 2025 op vergelijkbare cijfers uit, al hangt de uitkomst af van hoe je rekent.
“We hebben een kampioenschap met twee niveaus”, zei Vowles. “Dat zeg ik niet zomaar, dat is wat er nu op tafel ligt als je naar de gescoorde punten kijkt.”
Lees ook: Lawson ziet bandenmanagement als de sleutel tot een goede kwalificatie op Sepang
Tientallen miljoenen voor de basis
Vowles kent beide kanten. Hij ging van Mercedes, het beste team, naar Williams, in 2023 het slechtste. Wat hij daarbij onderschatte, was hoe weinig er in de fabriek aanwezig was. “Ik geef miljoenen uit, tientallen miljoenen, aan basissystemen”, zei hij. “Dat is gewoon weten waar een onderdeel in de fabriek ligt. Dat gaat niet naar de auto, niet naar een voorvleugel, niet naar een upgrade.”
Daar zit volgens hem de val. “Als ik iets doe dat over dit jaar gaat, houd ik mezelf in de toekomst op. Dat kan ik niet doen.” Een auto bouwen met vier wielen die de goede kant op wijzen en wat carrosserie die ongeveer op een Formule 1-auto lijkt, is bij Williams ongeveer 30 procent duurder dan bij zijn vorige team. “Er zijn zo’n honderd dingen die daarbij optellen”, zei hij. Denk aan inefficiënte gereedschappen en de externe toeleveranciers.
Vorig jaar was voor Williams een goed jaar. Het team stond drie keer op het podium. Toch noemde Vowles het gat met Ferrari “een enorme kloof” van 238 punten. The Race merkt op dat het verschil in werkelijkheid 261 punten was. Vowles: “Het straft je echt af voor wat je doet.”
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Briatore wil alles onder één plafond
Flavio Briatore, executive advisor van Alpine, heeft vooral kritiek op de administratie rond de cost cap. “Ik vind het idee van de cost cap heel goed”, zei hij. “Maar de administratie eromheen is verschrikkelijk. Op een gegeven moment is het logisch om één budgetplafond te hebben, welk bedrag het ook is, inclusief de coureurs.” Zijn voorkeur is helder: “Voor mij is het beste alles binnen het plafond te stoppen.”
Vowles noemde dat een goed punt en een richting die hij zeker ziet. Hij voegde er een eigen cijfer aan toe. Vóór de cost cap gaf Williams nauwelijks geld uit; het team heeft de uitgaven naar eigen zeggen ruwweg verdrievoudigd. “Ik ken de cijfers van Flavio niet, maar volgens mij is het ongeveer hetzelfde. Force India had geen geld. Aston Martin steekt er elke cent in die ze kunnen. Het is een andere omgeving, maar nog steeds slechter.”
Lees ook: Rondetijden op Sepang tot 4,5 seconde trager dan Pirelli had berekend
Een oplossing die meebeweegt met de stand
Afschaffen wil Vowles de cost cap niet. “De sport is er financieel prachtig stabiel door geworden”, zei hij. “Maar we moeten nadenken over welke mechanismen erin zitten, zodat we allemaal met hetzelfde gereedschap werken. Want vandaag is dat niet zo.”
Zijn voorstel: “Iets wat iedereen in deze zaal kan begrijpen. Of gekoppeld aan de kampioenschapspunten, want dat geeft je de schaal, of aan de positie in het kampioenschap. Een eenvoudig mechanisme waardoor we over tijd, niet volgend jaar, dichter bij elkaar komen.”
Fred Vasseur, die tussen Vowles en Briatore zat, onderbrak hem. “Dat hebben we al bij de windtunnel”, zei de Ferrari-teambaas. Daar krijgen teams op basis van de stand meer of minder ontwikkeltijd. Vowles noemde dat een stap in de goede richting.
Vasseur wees ook op de tijd vóór de cost cap. “In 2018, 2017, 2016 was de business in het algemeen veel slechter, maar we hadden ook vijf of zes teams die failliet of bijna failliet waren”, zei hij. “Het gaat niet alleen om het feit dat het goed gaat met de business. We sturen de boodschap dat iedereen kan meedoen, terecht of niet, maar dat is de boodschap. Dat trekt ook nieuwe investeerders en nieuwe fabrikanten aan.”
Vowles wil dat een aanpassing de beste teams nog steeds beloont. Een extra bedrag voor achterblijvers moet volgens hem niet zo groot zijn dat een team ineens naar de kop springt. “Iemand als Mercedes moet nog steeds een kampioenschap winnen als ze het beter doen. Wat je probeert, is eerlijk gezegd twintig jaar onderinvestering in mijn geval ongedaan te maken, en dat kan ik binnen de cost cap niet echt. Laten we dat op tafel leggen.”