Emerson Fittipaldi is een van de weinige coureurs die zowel in de Formule 1 als in de Amerikaanse ovalracerij op het hoogste niveau presteerde. De Braziliaan werd tweevoudig wereldkampioen in de jaren zeventig en bouwde daarna in de Verenigde Staten een tweede carrière op die minstens zo succesvol was.
Vroege carrière en doorbraak bij Lotus
Fittipaldi kwam uit een racefamilie: zijn vader was journalist en betrokken bij de Braziliaanse autosport, zijn oudere broer Wilson Fittipaldi reed eveneens in de Formule 1. Emerson maakte in 1970 zijn debuut bij Lotus en won al in zijn eerste seizoen een Grand Prix, een zeldzaamheid in die tijd. Colin Chapman zag genoeg talent om hem snel door te schuiven naar de rol van eerste coureur, een positie die na het dodelijke ongeluk van Jochen Rindt in 1970 vrijkwam.
Wereldkampioen in 1972 en 1974
In 1972 pakte Fittipaldi met Lotus de wereldtitel. Hij was destijds de jongste wereldkampioen in de geschiedenis van de sport, een record dat pas decennia later sneuvelde. Een jaar later moest hij bij Lotus teamgenoot Ronnie Peterson naast zich dulden en eindigde hij als tweede in het kampioenschap. Voor 1974 stapte hij over naar McLaren, waar hij zijn tweede wereldtitel veroverde. In 1975 werd hij opnieuw tweede, deze keer achter Niki Lauda en diens Ferrari.
De gok met het familieteam
Na het seizoen 1975 verraste Fittipaldi de hele paddock. In plaats van bij het competitieve McLaren te blijven, koos hij ervoor om voor het team van zijn broer te gaan rijden: Fittipaldi Automotive, met de Braziliaanse suikerreus Copersucar als hoofdsponsor. Het was een patriottische en zakelijke keuze, maar sportief een tegenvaller. Het team beschikte niet over de middelen en ervaring van de gevestigde renstallen en Fittipaldi moest wennen aan achterin het veld vechten in plaats van om overwinningen.
De seizoenen 1979 en 1980, inmiddels simpelweg onder de naam Fittipaldi, verliepen moeizaam. In 1979 kwam hij in de meeste races niet verder dan de middenmoot of viel hij uit, met een zesde plaats in Argentinië als beste resultaat. Het jaar daarop volgde in de VS-Grand Prix West alsnog een podium vanaf de vierentwintigste startplaats, een resultaat dat meer zei over chaos in de race dan over de snelheid van de auto. Na afloop van 1980 stopte Fittipaldi met de Formule 1 en sloot hij ook zijn eigen team.
Tweede leven in de Amerikaanse racerij
Waar veel coureurs na de Formule 1 in de vergetelheid raken, begon voor Fittipaldi het interessantste hoofdstuk van zijn carrière pas echt. Begin jaren tachtig verhuisde hij naar de Verenigde Staten om in de CART-kampioenschap (de voorloper van de IndyCar Series) te gaan rijden. Daar groeide hij uit tot een van de beste coureurs van zijn generatie: hij werd kampioen en won de prestigieuze Indianapolis 500 tweemaal. Zijn tweede carrière eindigde in 1996 na een zwaar ongeluk tijdens een race op Michigan International Speedway, waarna hij zich terugtrok uit het topniveau.
Nalatenschap
Fittipaldi wordt gezien als de coureur die de deur openzette voor een generatie Braziliaanse landgenoten in de Formule 1, van Nelson Piquet tot Ayrton Senna. Zijn neef Christian Fittipaldi reed in de jaren negentig eveneens in de koningsklasse. Met twee wereldtitels, een reeks overwinningen in zowel de Formule 1 als in Amerika en een naam die in Brazilië nog altijd synoniem staat met racesucces, blijft Fittipaldi een van de invloedrijkste figuren uit de geschiedenis van de sport.
