Graham Hill is een van de meest herkenbare figuren uit de vroege geschiedenis van de Formule 1. De Brit werd tweevoudig wereldkampioen, in 1962 en 1968, en bouwde daarnaast een palmares op dat tot op de dag van vandaag door niemand anders is geëvenaard: hij is de enige coureur die de Triple Crown of Motorsport op zijn naam heeft staan.
Van monteur tot Formule 1-coureur
Hill kwam pas op zijn vierentwintigste achter het stuur van een raceauto, nadat hij zijn rijbewijs had gehaald. Daarvoor had hij zijn sporen verdiend als roeier bij de London Rowing Club, en die achtergrond kreeg een blijvende plek in zijn carrière: hij was een stroke voor de London Rowing Club en zowel hij als zijn zoon zouden de clubkleuren gebruiken als helmontwerp. Voor zijn racecarrière werkte Hill als monteur en instructeur, tot hij bij Lotus terechtkwam en zijn kans kreeg.
Eerste wereldtitel bij BRM (1962)
Na een moeizame periode bij Lotus stapte Hill in 1960 over naar BRM. Twee jaar later betaalde die keuze zich uit. Hill won het kampioenschap van 1962 met vier zeges en twee tweede plaatsen, en versloeg Jim Clark met twaalf punten verschil in het eindklassement. De titelstrijd werd in de laatste race, de Zuid-Afrikaanse GP, definitief beslist. Clark stond negen punten achter in het kampioenschap en een zege zou hem de titel opleveren, ongeacht waar Hill zou eindigen. Clarks Lotus was echter berucht onduidelijk in de betrouwbaarheid: Clark pakte zes poles maar slechts drie zeges, terwijl Hill met één pole vier races won en alle negen races uitreed waar Clark viermaal uitviel. Het wereldkampioenschap ging naar Graham.
Terug naar Lotus en een tweede titel (1968)
Eind jaren zestig liep het bij BRM vast en Hill keerde in 1967 terug bij Lotus, ditmaal als teamgenoot van Jim Clark. Het seizoen 1968 begon in mineur. Het seizoen startte op een sombere noot toen Clark omkwam bij een Formule 2-race na de openingsrace van het F1-seizoen te hebben gewonnen. Hill toonde veel karakter door het aangeslagen team te leiden en pakte zijn tweede titel na drie overwinningen. Het jaar daarna voegde hij er nog een vijfde Monaco-zege aan toe, wat hem de bijnaam “Mister Monaco” opleverde.
Mister Monaco en de Triple Crown
Geen coureur voelde zich zo thuis op de straten van Monte Carlo als Hill. Hij stond bekend als Mister Monaco omdat hij vijf van zijn veertien overwinningen op het krappe stratencircuit pakte. Naast zijn twee wereldtitels en zijn Monaco-zeges won hij ook de Indy 500 van 1966 en, na een lange reeks pogingen, de 24 uur van Le Mans in 1972, samen met Henri Pescarolo in een Matra-Simca. Daarmee werd hij de eerste en tot op heden enige coureur die de Triple Crown of Motorsport compleet maakte.
Eigen team: Embassy Hill
Na zijn actieve topjaren richtte Hill zijn eigen team op. Hij begon zijn eigen team vanuit een fabriekshal in Feltham in 1973, aanvankelijk met een Shadow-chassis, waarna het team in 1974 overstapte op een Lola-chassis dat een jaar later doorontwikkeld werd tot de eerste Hill GH1. Hill reed zelf nog mee, maar zonder noemenswaardig resultaat: in 1974 pakte hij slechts één puntje, in Zweden. Begin 1975 trok hij zich terug als coureur. Hij stopte met racen na de Grand Prix van Monaco om zich volledig te richten op het teameigenaarschap en de ondersteuning van zijn protegé Tony Brise.
Dodelijk vliegtuigongeluk
Hill was een ervaren privévlieger en gebruikte zijn eigen toestel vaak om zijn team door Europa te vervoeren. Dat werd hem noodlottig. In november 1975 kwamen Hill en vijf andere mensen van Embassy Hill, onder wie Brise, om het leven toen het Piper PA-23 Aztec-vliegtuig dat Hill bestuurde neerstortte in slecht zicht in Noord-Londen, op de terugweg van een testsessie voor de Hill GH2 op Circuit Paul Ricard. Alle vijf de inzittenden, leden van zijn tweejarige Embassy Hill-team, kwamen om het leven in het tweemotorige toestel. Hij had onder anderen teammanager Ray Brimble, ontwerper Andy Smallman, coureur Tony Brise en twee monteurs vanuit Frankrijk naar een feest in Londen gevlogen. Embassy Hill sloot kort daarna de deuren, nog voor het seizoen van 1976 kon beginnen.
Erfenis
Hills nalatenschap reikt verder dan zijn eigen resultaten. Zijn zoon Damon Hill werd in 1996 wereldkampioen, waarmee vader en zoon het eerste duo werden dat beiden de wereldtitel in de Formule 1 wonnen. Bekijk ook het profiel van Damon Hill voor meer over die tweede generatie Hill in de Formule 1. Graham Hill zelf wordt nog altijd gezien als een van de gezichten van de Britse autosport uit die periode, met zijn snor, zijn droge humor en zijn helm in de kleuren van de London Rowing Club als handelsmerken.
