James Hunt (Londen, 29 augustus 1947) is een van de meest tot de verbeelding sprekende wereldkampioenen uit de geschiedenis van de Formule 1. De Brit werd in 1976 kampioen na een slotstrijd met Niki Lauda die nog altijd als een van de felste in de sport geldt. Hunt combineerde snelheid met een levensstijl die net zo veel aandacht trok als zijn resultaten op de baan.
Van Hesketh naar McLaren
Hunt bouwde in de Formule 3 eerst een reputatie op als snelle maar crashgevoelige coureur, wat hem de bijnaam “Hunt the Shunt” opleverde. Zijn doorbraak kwam bij het team van Lord Hesketh, een privéteam dat in de paddock aanvankelijk vooral bekendstond om champagne en gebrek aan professionaliteit. Die reputatie veranderde toen Hunt in 1975 op Zandvoort zijn eerste Grand Prix won, met Lauda en Ferrari als geklopte concurrentie. Toen Hesketh eind 1975 de financiering verloor, zat Hunt zonder zitje. De uittocht van Emerson Fittipaldi bij McLaren bood uitkomst en Hunt kreeg de kans zich bij een topteam te bewijzen.
1976: het duel met Lauda
Het seizoen 1976 leverde een van de bekendste titelstrijden uit de sport op. Hunt en Lauda waren buiten de baan bevriend, maar op de baan bikkelharde tegenstanders met een compleet andere aanpak: Lauda de rekenmeester, Hunt de coureur op instinct. Het seizoen kreeg een dramatische wending toen Lauda op de Nürburgring een zwaar ongeval met brand overleefde en enkele weken later, nog zichtbaar gehavend, alweer terugkeerde in de auto. Bij de langgerekte titelstrijd trok Hunt uiteindelijk bij de laatste race in Japan, gereden in zware regen, aan het langste eind. Hij pakte de wereldtitel met een marge van welgeteld één punt op de Oostenrijker.
Afbouw bij McLaren en Wolf
Na de titel van 1976 kon Hunt dat niveau niet vasthouden. Hij bleef nog twee seizoenen bij McLaren, tot en met 1978, maar de auto was niet meer concurrerend genoeg voor een tweede titel. Een derde plaats in Frankrijk was in dat laatste McLaren-jaar het hoogtepunt, terwijl veel andere races eindigden in uitval. Voor 1979 stapte Hunt over naar Walter Wolf Racing, maar het enthousiasme voor het racen zelf was inmiddels flink gezakt. Na een reeks teleurstellende resultaten, met de Grand Prix van Monaco als laatste optreden, besloot hij zijn helm halverwege het seizoen definitief aan de wilgen te hangen.
Na zijn actieve carrière
Hunt verruilde de cockpit voor de commentatorscabine en werd bij de BBC het analytische en losbandige tegenwicht van de nuchtere Murray Walker. Die combinatie groeide uit tot een van de bekendere duo’s in de Britse sportverslaggeving. Hunts privéleven bleef net zo kleurrijk als tijdens zijn racecarrière, met bekende worstelingen met drank en een onrustige levensstijl. Op 15 juni 1993 overleed hij op 45-jarige leeftijd in Londen aan een hartaanval, kort nadat hij zich juist leek te hebben hersteld. Zijn rivaliteit met Lauda en het seizoen 1976 blijven tot op de dag van vandaag een vast referentiepunt wanneer over de sport in de jaren zeventig wordt gesproken.
