50 jaar geleden: het ongeluk van Niki Lauda op de Nürburgring

3 min ·

Daniele Audetto stond erbij toen Niki Lauda amper zes weken na zijn ongeluk weer in een Ferrari kroop. De voormalig teammanager herinnerde zich decennia later nog exact hoe dat eruitzag. “Hij kwam naar Fiorano. Hij bloedde nog. Hij stapte in de auto.” Geen dramatische woorden, geen grote gebaren. Gewoon een feit, uitgesproken door iemand die het met eigen ogen zag gebeuren.

Dat beeld vat het verhaal van Lauda beter samen dan welke heldenverering ook. Vandaag is het exact vijftig jaar geleden dat de Oostenrijker op de Nürburgring tegen een rotswand knalde, in brand vloog en bijna stierf. Wat volgde was geen filmscript, al leek het er soms verdacht veel op.

Lees ook: Liberty Media werkt aan MotoGP-demo op Circuit of the Americas

Bergwerk, een bocht zonder geheugen

Op 1 augustus 1976 stond Lauda aan de leiding van het WK, met 31 punten voorsprong op Jody Scheckter. De Duitse Grand Prix werd verreden op de Nordschleife, een baan van bijna 23 kilometer die al jaren onder vuur lag vanwege de veiligheid. Lauda zelf stemde tegen het rijden op dit circuit, maar werd overstemd door zijn collega’s.

Aan zijn geheugen van die middag heeft Lauda nooit veel gehad. Het laatste dat hij zich herinnerde was de wissel naar droogweerbanden en zijn vertrek uit de pit. Daarna niets meer, tot hij wakker werd in een ziekenhuisbed. Bij de plek genaamd Bergwerk, een snelle linkerbocht die op papier onschuldig oogt, brak vermoedelijk een onderdeel van de ophanging. De Ferrari 312T2 schoot van de baan, ketste terug op het asfalt en stond meteen in brand.

Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app

Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.

Download app

Redding door rivalen

Wat volgde was chaos. Andere coureurs konden de brandende wagen niet ontwijken en reden er middenin. Arturo Merzario, Guy Edwards, Brett Lunger en Harald Ertl stopten hun auto’s en trokken Lauda uit het wrak. Merzario slaagde er na een paar pogingen in om de gordels los te maken, precies op het moment dat Lauda het bewustzijn verloor. Zonder ingrijpen van Hans-Joachim Stuck, die de kortste route naar een ambulance aanwees, had het transport naar het ziekenhuis nog veel langer geduurd.

De schade was enorm. Lauda liep brandwonden op in het gezicht en aan zijn handen, en zijn longen raakten beschadigd door het inademen van verbrandingsdampen. In het ziekenhuis in Mannheim kreeg hij zelfs het laatste sacrament toegediend. Vier dagen lang was onduidelijk of hij het zou overleven.

Lees ook: Doornbos: toekomst Verstappen wordt in Zandvoort bevestigd

Terug in de auto, ondanks alles

Toch stond Lauda 42 dagen later alweer in Monza aan de start. Zijn verband was nog vers, zijn gezicht gezwollen. In zijn boek beschreef hij later hoe hij die dag verstijfd was van angst, iets wat hij destijds bewust verborg voor de buitenwereld. “Het zou dom zijn geweest om mijn tegenstanders te laten weten hoe zwak ik me voelde”, schreef hij. Hij eindigde als vierde, een resultaat dat weinigen voor mogelijk hadden gehouden.

Die veerkracht bracht hem echter niet naar de titel. In de laatste race van het seizoen, op het regenachtige Fuji, stapte Lauda vrijwillig uit de auto. Zichtbaar aangedaan verklaarde hij later dat paniek het overnam: hij zag niets meer en voelde zich overgeleverd aan het gevaar om hem heen. James Hunt pakte daarmee het kampioenschap.

Het echte verhaal achter de legende

Lauda werd nooit de coureur zonder angst die het nieuws van hem maakte. Hij was een man die angst voelde, die er soms aan toegaf, en die daarna gewoon weer instapte. Misschien is dat wel indrukwekkender dan het beeld van de onverschrokken held dat vaak over hem wordt verteld. Vijftig jaar later blijft de vraag hangen wat er precies gebeurd zou zijn als die vijf coureurs in 1976 anders hadden gestemd over het rijden op de Nürburgring.