Hoe de drie delen werken
Q1 duurt 18 minuten. Alle coureurs rijden mee en de vijf langzaamste vallen af; zij starten op de plaatsen 18 tot en met 22. Na een korte pauze volgt Q2 van 15 minuten, waarin opnieuw de vijf langzaamste afvallen voor de plaatsen 11 tot en met 15. In Q3, van 12 minuten, bepalen de laatste tien de eerste vijf startrijen. In elk deel telt alleen de snelste ronde; een coureur mag zo vaak rijden als hij wil, zolang hij binnen de tijd over de finish komt.
Tactiek
In Q1 willen topteams met zo weinig mogelijk rondes door om banden te sparen; een rode vlag of een trage ronde kan hen dan verrassen. In Q2 kiezen teams soms bewust voor een band waarmee ze de race willen starten. In Q3 rijden coureurs meestal twee pogingen: een vroege veilige ronde en een laatste snelle ronde als de baan het snelst is. Verkeer, een sleepje (tow) van een teamgenoot en de volgorde op de baan spelen in alle drie de delen een rol.
Regels
Wie in Q1 niet binnen 107 procent van de snelste tijd rijdt, mag in principe niet starten, tenzij de stewards daar op basis van de trainingstijden toestemming voor geven. Een coureur die tijdens een deel stilvalt en een rode vlag veroorzaakt, valt meestal af omdat zijn beste tijd geschrapt kan worden of hij geen nieuwe poging meer heeft. Na de kwalificatie gaan de auto's in parc fermé, waardoor de afstelling niet meer gewijzigd mag worden.