Fernando Alonso gelooft niet dat de aankomende motorwijziging in 2027 het karakter van de Formule 1 wezenlijk zal veranderen. Meer nog: de tweevoudig wereldkampioen stelt dat de sport door het hybride tijdperk al bijna een decennium aan pure racerij heeft verloren. Zijn woorden in Montreal liegen er niet om.

Foto: Shutterstock
Alonso: F1 verloor een decennium aan pure racerij door hybride motoren
Alonso over verloren decennium pure racerij
Alonso was in Montreal uitgesproken over het huidige motorreglement. Gevraagd of de voorgenomen aanpassing naar een 60-40-verhouding tussen verbrandingsmotor en elektrische aandrijving een stap in de goede richting is, antwoordde hij kort: “Dat denk ik niet.”
Zijn redenering is helder. De huidige krachtbronnen werken op basis van een bijna gelijke verdeling tussen de verbrandingsmotor en de MGU-K, de elektrische component. Dat heeft geleid tot rijstijlen die weinig met racen te maken hebben. Coureurs rijden bewust langzamer door bochten om de batterij op te laden. Ze laten gas los voor remzones en rijden onder de gripgrens om energie terug te winnen. Sommige auto’s schakelen vermogen van de verbrandingsmotor rechtstreeks naar de batterij in plaats van naar de achterwielen, een fenomeen dat bekendstaat als ‘super clipping’.
“Het DNA van deze krachtbronnen blijft altijd hetzelfde”, zei Alonso. “Het zal altijd een voordeel blijven om langzaam door de bochten te gaan.”
Elektriciteit past niet bij de racerij
Alonso erkent dat de FIA luistert naar de signalen uit de paddock. Maar hij plaatst de huidige problemen in een bredere context. Toen de wereld in 2014 elektrificatie als de toekomst zag, nam de Formule 1 dat als uitgangspunt voor haar motorreglement. Dat was volgens hem een vergissing.
“Ze luisteren altijd”, zei hij over de FIA. “Maar het idee dat elektrificatie de toekomst zou zijn, geldt niet voor de racerij. Racen is iets compleet anders. Nu gaan we een klein beetje terug naar 60-40, en in de toekomst misschien naar steeds minder elektrisch aandeel. Helaas hebben we met deze periode, vanaf 2014 met het turbohybride tijdperk en nu nog meer, bijna een decennium of zelfs langer aan pure racerij verloren.”
Die uitspraak raakt aan een breder debat dat al maanden speelt. Eerder dit jaar werd al duidelijk dat FIA-president Mohammed Ben Sulayem de V8-motor wil terugbrengen in de Formule 1, mogelijk al vanaf 2030. Zijn uitspraken sloten aan bij een groeiend gevoel dat het huidige motorreglement fundamenteel tekortschiet.
Wijzigingen voor 2027 zijn nog niet zeker
Na de Grand Prix van Canada kondigde de FIA aan het motorreglement voor 2027 te willen aanpassen. De verbrandingsmotor moet dan 60 procent van het vermogen leveren, de MGU-K de resterende 40 procent. Eerder in het seizoen, voor de Grand Prix van Miami, werden al kleinere aanpassingen doorgevoerd. Zo kan de FIA nu per circuit de maximale hoeveelheid energie die per ronde geoogst mag worden verlagen.
Maar de grotere aanpassing voor 2027 is nog geen uitgemaakte zaak. Omdat het geen veiligheidskwestie betreft, moet het voorstel worden goedgekeurd door het Power Unit Advisory Committee. Dat proces kost tijd. Bovendien heeft een verschuiving in de vermogensverhouding gevolgen voor de auto’s zelf. Teams hebben mogelijk een grotere brandstoftank nodig, wat invloed heeft op de gewichtsverdeling en de carrosserie. Wat nu als een eenvoudige aanpassing klinkt, is in de praktijk een ingrijpend ontwerpvraagstuk.
Of de 2027-wijziging daadwerkelijk doorgaat en of die iets oplost, valt nog te bezien. Alonso lijkt er in elk geval geen hoge verwachtingen van te hebben. Zijn boodschap is duidelijk: zolang de fundamentele logica van deze motoren ongewijzigd blijft, verandert er voor de coureur op de baan niets van betekenis.