Nigel Mansell is een voormalige Britse Formule 1-coureur die bekendstaat om zijn harde rijstijl en zijn doorzettingsvermogen. Hij maakte in 1980 zijn debuut in de koningsklasse en bleef, met een onderbreking voor het Amerikaanse CART-kampioenschap, actief tot 1995. In zijn carrière kwam hij tot 190 Grands Prix, 31 overwinningen en 32 polepositions, een van de hoogste totalen uit zijn tijdperk.
Lotus en de eerste jaren
Mansell begon zijn Formule 1-loopbaan bij Lotus, waar hij al snel bekendstond als een coureur die geen moment van zwakte toonde. Overwinningen bleven in deze fase uit, maar het team zag genoeg talent om hem meerdere seizoenen aan te houden.
Williams en de eerste zege
In 1985 stapte Mansell over naar Williams. Op Brands Hatch boekte hij dat jaar zijn eerste Grand Prix-overwinning, in de European Grand Prix, voor het thuispubliek. Het was het begin van een lange reeks successen met het team. In de jaren daarna groeide Mansell uit tot titelkandidaat: hij eindigde als vice-wereldkampioen, onder meer nadat een klapband in Adelaide zijn kansen in 1986 in de slotfase de das omdeed.
Ferrari en de terugkeer naar Williams
Na zijn eerste periode bij Williams tekende Mansell voor Ferrari, waar hij door de Italiaanse fans op handen werd gedragen. Begin jaren negentig keerde hij terug bij Williams, dat inmiddels met Renault-motoren een van de snelste teams op de grid had.
Wereldkampioen in 1992
1992 werd het jaar waarin alles samenkwam. Met de Williams FW14B, met actieve ophanging, was Mansell het seizoen lang nauwelijks te verslaan. Hij won negen van de zestien races en zette een record van 14 polepositions in een enkel seizoen neer, een record dat pas in 2011 door Sebastian Vettel werd verbroken. Daarmee werd hij wereldkampioen en de eerste Britse titelhouder sinds James Hunt in 1976.
CART-titel en de terugkeer in de Formule 1
Een conflict met Williams over de komst van Alain Prost als teamgenoot voor 1993 deed Mansell besluiten de Formule 1 de rug toe te keren. Hij vertrok naar het Amerikaanse CART-kampioenschap en werd meteen in zijn debuutseizoen kampioen, een unicum voor een coureur die net uit de Formule 1 kwam.
De dood van Ayrton Senna bracht Mansell in 1994 terug bij Williams, als vervanger voor een deel van het seizoen. Zijn rentree verliep moeizaam: in de Franse en Europese Grand Prix kwam hij niet tot de finish. Pas op Suzuka, met een vierde plaats, en vervolgens in Adelaide liet hij weer zien waarom hij ooit wereldkampioen was geworden. In Australië won hij zijn 31e en laatste Grand Prix, na pole position te hebben gepakt.
Kort avontuur bij McLaren en afscheid
Voor 1995 tekende Mansell bij McLaren, dat met Mercedes-motoren een nieuwe fase inging. De entree verliep ongelukkig: de cockpit van de MP4/10 bleek niet ruim genoeg voor Mansell, waardoor hij de eerste races van het seizoen aan zich voorbij moest laten gaan. Toen hij eenmaal kon starten, in San Marino en Spanje, bleven resultaten uit. Na de Spaanse Grand Prix, waar hij uitviel, kwam er een einde aan zijn tijd bij McLaren en daarmee aan zijn Formule 1-carrière.
Na de racerij
Na zijn afscheid van de Formule 1 bleef Mansell verbonden aan de autosport, onder meer als commentator en ambassadeur voor teams en merken. Hij zette zich in voor goede doelen, waaronder de Teenage Cancer Trust. Jarenlang woonde hij op het Isle of Man, waar hij naast zijn racecarrière elf jaar actief was als special constable. Mansell is getrouwd met Rosanne en het stel kreeg drie kinderen, Greg, Leo en Chloe. Zijn geschatte vermogen wordt door verschillende bronnen rond de 90 miljoen dollar gelegd, opgebouwd uit zijn Formule 1- en CART-carrière en de jaren als ambassadeur daarna.
Mansell wordt nog altijd gerekend tot de coureurs met de meest herkenbare rijstijl uit de Formule 1-geschiedenis: aanvallend, ongeduldig en zelden bereid een positie zomaar weg te geven.
