Ferrari heeft twee nieuwe motoren gebouwd voor Charles Leclerc en Lewis Hamilton. Klinkt als goed nieuws, en dat is het ook. Alleen weet de Scuderia zelf nog niet of die motoren volgende week in Monza daadwerkelijk in de auto’s liggen. Dat besluit valt pas aan het einde van deze week, wanneer duidelijk wordt welke onderdelen naar Italië mogen.
Dat klinkt als een vreemde volgorde. Eerst bouwen, dan pas beslissen of je het gebruikt? Toch is dat precies wat er gebeurt, en de reden zit in het reglement dat dit seizoen voor het eerst de Additional Upgrades and Opportunities, kortweg ADUO, regelt. Ferrari kreeg via dat systeem twee tokens om aan de verbrandingsmotor van de SF-26 te sleutelen. Die tokens zijn inmiddels verwerkt in een nieuwe krachtbron, intern genummerd 067/6. Maar tokens gebruiken is één ding, een motor daadwerkelijk op de auto zetten is iets anders.
Lees ook: FIA wijst Red Bull-Ford voor tweede keer aan als beste motor van de grid
Zes grands prix op de testbank, zonder één storing
Voordat een nieuwe motor bij Ferrari een racweekend mag halen, moet hij een duurtest doorstaan. Die test simuleert minimaal zes grands prix op de testbank, zonder dat er ook maar één betrouwbaarheidsprobleem optreedt. Gaat er tijdens die simulatie iets mis, al is het maar een klein onderdeel dat vervangen moet worden, dan stopt de klok niet gewoon even. Het hele traject begint opnieuw. Dat maakt het proces traag en onvoorspelbaar, ook voor een fabriek met de middelen van Ferrari.
De zomerstop heeft de zaak niet geholpen. Doordat de fabriek in Maranello een aantal weken dicht ging, is de testperiode voor de nieuwe motor effectief verlengd. Ferrari zit dus in een race tegen de klok, terwijl de kalender intussen gewoon doortikt naar Monza, zo meldt Motorsport.com.
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Waarom niet gewoon alle testbanken erbij zetten
Het gekke is dat Ferrari die vertraging deels zelf in de hand heeft, of eigenlijk: het reglement dwingt het team ertoe. De motorafdeling van Gestione Sportiva heeft naar verluidt 21 cellen met testbanken tot haar beschikking. Toch worden er maar twee of drie tegelijk gebruikt, met strenge tijdslimieten erbovenop. Dat is geen gebrek aan capaciteit, maar een bewuste keuze binnen het budgetplafond en de regels die bedoeld zijn om het speelveld tussen de motorfabrikanten gelijk te houden. Extra testbanken erbij zetten mag simpelweg niet zomaar.
Het resultaat is een proces dat eerder aan geduldig handwerk doet denken dan aan de hightech reputatie die een Formule 1-motorenfabriek normaal met zich meedraagt. Eén verkeerd onderdeel, en de teller gaat terug naar nul.
Lees ook: F1 overweegt Qatar-race in Imola te laten verrijden als WK-finale
Vijftien extra pk en een andere brandstof
Wat de moeite waard maakt om die risico’s te nemen, is het verwachte rendement. De nieuwe motor zou zo’n 15 extra pk moeten opleveren, met een ander vermogensverloop dat de hybride-batterij makkelijker moet kunnen opladen. Dat laatste is precies waar Ferrari op de meeste circuits achterloopt op Mercedes.
Naast wijzigingen aan de Garrett-turbo’s is ook de verbrandingskamer aangepast, zodat de motor beter kan profiteren van de brandstof die Shell speciaal voor Monza heeft goedgekeurd. De prestatiewinst zit dus in de combinatie van een krachtiger verbrandingsproces met een brandstof die meer energie per liter bevat. Op de Temple of Speed, waar topsnelheid alles is, kan dat net het verschil maken tussen een teleurstellende kwalificatie en eentje waarin Hamilton en Leclerc dicht bij Mercedes blijven.
Winnen zal Ferrari op basis van de papieren specificaties van de SF-26 in Monza niet snel doen. De hoop is bescheidener: qualifying-tijden die Mercedes, de terechte favoriet, echt onder druk zetten. Datzelfde weekend krijgt de Italiaanse thuisheld nog een extra reden om naar Ferrari te kijken, want Antonelli start met een gridstraf op zijn thuisrace en zal minstens vanaf de twintigste plaats moeten vertrekken.
De ADUO-ranglijst als achtergrond
Los van de nieuwe motor van Ferrari speelt er nog een ander verhaal richting Monza. De FIA publiceerde deze week de tweede officiële ADUO-ranglijst, en Red Bull-Ford blijft daarin de benchmark. Mercedes komt volgens die analyse 2 tot 4 procent vermogen tekort, terwijl Audi, Ferrari en Honda meer dan 4 procent achterlopen. Dat verschil is precies de reden waarom Ferrari dit jaar en volgend jaar telkens twee upgrade-tokens kreeg, het maximum dat het systeem toestaat.
Monza wordt daarmee een test op twee niveaus. Op de baan moet blijken of de nieuwe motor het gat naar Mercedes echt verkleint. Achter de schermen loopt ook Red Bull met ingehouden adem richting een eigen ADUO-beslissing, wat van Monza een weekend maakt waarin de motorenstrijd bijna net zoveel aandacht krijgt als de race zelf. Op datzelfde circuit onthult Ferrari overigens ook een speciale Schumacher-livery, al staat dat verhaal los van de motorbeslissing.
Een team dat na de zomerstop nog aan de rekenmachine hangt om te bepalen of een motor al dan niet mag racen, klinkt niet als een fabrikant die de zaken onder controle heeft. Misschien is dat ook precies het punt: in een sport waar elk pk telt, durft niemand meer een gok te nemen zonder eerst alle cijfers te zien.