In de Formule 1 zijn er verschillende vormen van tijdstraffen, die verschillen in zwaarte afhankelijk van de ernst van de overtreding.
Soorten tijdstraffen
De meest voorkomende tijdstraffen zijn de 5 seconden tijdstraf en de 10 seconden tijdstraf. Bij deze straffen heeft de coureur twee opties: als hij nog een geplande pitstop moet maken, moet zijn auto voor minimaal vijf of tien seconden stilstaan voordat de monteurs eraan mogen werken. Vindt er geen pitstop meer plaats, dan worden de strafSeconden na de race bij zijn totale eindtijd opgeteld. Dit kan betekenen dat een coureur die als derde over de streep komt, na afloop toch als vijfde wordt geklasseerd.
Een zwaardere variant is de drive-through penalty. Hierbij moet de coureur door de pitstraat rijden zonder te stoppen, waarbij hij zich aan de maximumsnelheid van de pitstraat moet houden. Deze straf kost ongeveer 20 tot 25 seconden racetijd en wordt gebruikt bij serieuzere overtredingen.
De zwaarste vorm is de stop-and-go penalty. De coureur moet de pitstraat inrijden, in zijn pitbox stoppen en daar een bepaalde tijd stilstaan (meestal 10 seconden) zonder dat het team enig werk aan de auto mag verrichten. Pas daarna mag hij weer verder. Deze straf kost vaak meer dan 30 seconden en wordt alleen uitgedeeld bij ernstige regelovertredingen.
Wanneer wordt de straf toegepast
Als een tijdstraf in de laatste drie ronden van de race wordt opgelegd, of als de race eindigt voordat de coureur hem kan uitvoeren, wordt de tijd altijd achteraf toegevoegd. Voor een niet-uitgevoerde drive-through wordt dan 20 seconden bij de eindtijd opgeteld, voor een stop-and-go 30 seconden.
De beslissing over welke straf passend is, wordt genomen door de stewards. Zij bekijken de ernst van de overtreding, de context en eventuele verzachtende omstandigheden. Coureurs kunnen naast tijdstraffen ook strafpunten op hun superlicentie krijgen, wat bij 12 punten binnen twaalf maanden resulteert in een schorsing voor één race.