De monocoque is het centrale chassis van een moderne Formule 1-auto. Het Nederlandse woord zou 'zelfdrager' zijn, maar in de F1 wordt altijd de Engelse term monocoque gebruikt. Het is een enkele schaalconstructie waarin de coureur zit en die tegelijkertijd het structurele hart van de auto vormt. Alle andere onderdelen zoals de motor, versnellingsbak en vleugels worden hieraan bevestigd.
Waarom is de monocoque zo belangrijk?
De monocoque heeft twee hoofdtaken. Ten eerste moet het extreem stijf zijn om alle krachten op te vangen die tijdens het racen op de auto werken. Denk aan bochtkrachten, schokken van hobbels en de enorme aerodynamische krachten. Ten tweede is het een overlevingscel die de coureur beschermt bij crashes. Daarom wordt de monocoque ook wel 'survival cell' genoemd.
Waar is de monocoque van gemaakt?
Moderne F1-monocoques worden volledig met de hand gemaakt van koolstofvezel. Dit materiaal is ongeveer twee keer zo sterk als staal, maar vijf keer lichter. Een F1-monocoque bestaat uit wel 12 lagen koolstofvezel, waarbij elke draad dunner is dan een mensenhaar. Tussen deze lagen zit een laag aluminium honingraatstructuur die extra stevigheid geeft zonder veel gewicht toe te voegen. Het hele pakket weegt slechts rond de 35 kilogram, maar kan enorme klappen opvangen.
De geschiedenis van de monocoque
In 1962 introduceerde Colin Chapman van Lotus de eerste monocoque in F1 met de Lotus 25. Deze was gemaakt van aluminium en verving de ouderwetse buizenframes. De echte revolutie kwam in 1981 toen McLaren met de MP4/1 kwam, de eerste F1-auto met een koolstofvezel monocoque. Ontwerper John Barnard liet deze in Amerika bouwen omdat er in Engeland geen bedrijven waren die dit durfden aan te pakken. Toen John Watson later dat jaar een zware crash bij 225 km/u overleefde waarbij zijn auto doormidden brak maar de monocoque intact bleef, waren alle twijfels weggenomen. Sindsdien gebruiken alle teams koolstofvezel.
Veiligheidseisen en crashtests
De FIA stelt strenge eisen aan de monocoque. Sinds 1985 moet elke nieuwe monocoque door uitgebreide crashtests voordat hij mag racen. Er worden frontale, zijdelingse en achterste botstests gedaan. De binnenste laag moet van Kevlar zijn om te voorkomen dat onderdelen bij een crash naar binnen doordringen en de coureur raken. Ook zit er een brandblussingssysteem in dat schuim spuit rondom de monocoque bij brand.