Anti-stall is een geautomatiseerd systeem in Formule 1-auto's dat voorkomt dat de motor afslaat tijdens de race. Het programma zit verwerkt in de ECU (Electronic Control Unit) en grijpt automatisch in wanneer het toerental te laag dreigt te worden.
Wanneer een F1-motor afslaat, kan de coureur deze niet opnieuw starten. F1-auto's hebben namelijk geen ingebouwde startmotor. In de garage wordt een externe startmotor gebruikt om de motor aan de praat te krijgen, maar op het circuit is dat niet mogelijk. Zonder anti-stall zou een simpele fout bij de start of een spin het einde van de race betekenen.
Hoe werkt het anti-stall systeem?
Het systeem houdt continu twee dingen in de gaten: het toerental van de motor (RPM) en de gasklep-input van de coureur. Zodra de computer detecteert dat het toerental gevaarlijk laag wordt, schakelt het anti-stall systeem de koppeling automatisch in. Door de koppeling te ontkoppelen, wordt de belasting van de motor gehaald en krijgt deze de kans om op toeren te blijven. De coureur moet vervolgens zelf de koppeling opnieuw bedienen om weer te kunnen wegrijden.
Het verschil met een gewone auto is dat F1-coureurs de koppeling alleen gebruiken bij stilstand: bij de start, na een pitstop of wanneer ze achteruit moeten na een spin. De rest van de tijd schakelt de auto via paddels achter het stuur en werkt de koppeling automatisch.
Wanneer treedt anti-stall in werking?
Het systeem is het meest zichtbaar bij de start van een race. Als een coureur de koppeling te snel loslaat of niet genoeg gas geeft, springt het anti-stall aan. De auto blijft dan stilstaan op de grid totdat de coureur opnieuw een startpoging doet. Dit kost waardevolle seconden en plaatsen.
Ook na een spin of fout tijdens de race is anti-stall van groot belang. Wanneer een auto plots stil komt te staan of rondtolt, zakt het toerental snel. Als de coureur niet snel genoeg reageert, zorgt het systeem ervoor dat de motor blijft draaien. Zonder deze hulp zou elke spin mogelijk het einde van de race betekenen.
Beperkingen van het systeem
Anti-stall kan de koppeling niet oneindig ingeschakeld houden. Als de coureur niet snel genoeg reageert door zelf de koppeling te bedienen en gas te geven, zal de motor alsnog afslaan. Het systeem geeft de coureur slechts enkele seconden extra om te herstellen. In 2019 opperde toenmalig FIA-president Jean Todt om anti-stall te verbannen uit de Formule 1, omdat het als rijhulp werd gezien die de start makkelijker maakte. Dit voorstel werd echter niet doorgevoerd.