Met zijn 41 jaar is Fernando Alonso verreweg de oudste coureur op de F1-grid. Desondanks wil de Spanjaard nog minstens twee à drie jaar actief blijven in de Formule. De tweevoudig wereldkampioen hoopt namelijk nóg een wereldkampioenschap in de wacht te slapen.

Alonso nog twee of drie jaar in de Formule 1
“Het gaat om hoe je presteert”
Leeftijd is volgens Alonso geen relevante factor. Prestaties, dát is waar het om draait. “Het gaat om hoe je presteert, niet om je leeftijd”, zo citeert NU.nl de Spanjaard. “Ik denk dat ik nog steeds snel en competitief ben en ik geniet van mijn tijd in de Formule 1. Dus ik denk dat ik nog wel een paar jaar blijf racen. Het is goed als dat bij Alpine is, maar bij een ander team is ook prima.”
Terugkeer
Alonso’s teleurstellende tijd bij McLaren leek het slotakkoord van zijn Formule 1-carrière. De tweevoudig wereldkampioen vertrok in 2018 bij de Britse renstal en focuste zich in de jaren hierop vooral op andere raceklassen, waaronder IndyCar.
Vorig jaar keerde Alonso echter terug, en wel bij Alpine – het voormalige Renault. Alonso stak het niet onder stoelen en banken dat hij terugkwam om een gooi te doen naar het wereldkampioenschap. De Alpine was weliswaar niet snel genoeg voor Alonso om mee te dingen naar het eremetaal, maar in zijn eerste seizoen liet hij zien dat hij het racen niet verleerd was. De Spanjaard behaalde 81 punten en eindigde hiermee op de tiende plek in het wereldkampioenschap.
Oude garde vs. jonge honden
Alonso de jongste niet meer en er staat genoeg jong talent te trappelen om een kans te krijgen in de Formule 1. Zo heeft Alpine met de Australiër Oscar Piastri een talentvolle reservecoureur die Alonso’s zitje maar al te graag in zou nemen. Desondanks voelt de Spanjaard geen druif. “Als ik 25 jaar was geweest hadden we hier ook nooit over gepraat. Dit is puur vanwege mijn leeftijd.”
“Mensen proberen een weg te vinden voor jonge talenten, maar het gaat om presteren. Afgelopen jaar heb ik het volgens mij goed gedaan. Maar goed, in de zomer zullen de discussies over volgend seizoen ongetwijfeld gaan komen. We zien het dan wel.”