Het gebeurt bijna nooit dat een organisator zelf besluit om te stoppen met een Formule 1-race. Meestal is het de FOM die knopen doorhakt, of het geld dat opdroogt. Bij Zandvoort ligt dat anders. Volgens commentator Nelson Valkenburg is de Dutch GP het eerste circuit ooit dat zelf de onderhandelingen met de FOM heeft stopgezet, terwijl de tribunes nog altijd uitverkocht zijn.
Dat roept een vraag op. Waarom stoppen met iets dat werkt?
Lees ook: Bortoleto: ‘Mijn plek bij Audi is veilig, ook na volgend jaar’
De rekening die niet klopt
Prins Bernhard, eigenaar van het circuit, is er eerlijk over. De F1-fee is niet gebaseerd op wat fans aan tickets betalen, maar op wat het land eraan overhoudt: internationale bezoekers, media-aandacht, toerisme. “Dus als je alles uitverkoopt, zit je nog steeds maar op de helft van je budget”, zegt hij. “Dan moeten anderen opstaan. En anders moet je op een gegeven moment de keuze maken om te stoppen. Wij konden het gewoon niet verder voortzetten. Dat was financieel een te groot risico geweest.”
Valkenburg legt de vinger op een gevoeliger punt. Hij denkt dat de organisatie vooral bang is voor een toekomst zonder de coureur die de heropleving van de race grotendeels op zijn naam heeft staan. “Op een gegeven moment zal hij de sport verlaten, over twee, drie of misschien vijf jaar, wie weet”, aldus Valkenburg. “Voor hen is het lastig om een langlopend contract te tekenen. Daarom waren ze bereid om op een hoogtepunt te vertrekken.”
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Prins Bernhard: trots ondanks het afscheid
Bernhard zelf spreekt liever over wat er wél is bereikt. “We hebben jarenlang het beste evenement uit de geschiedenis van de Formule 1 georganiseerd”, zegt hij. “Het zijn zes waanzinnig mooie jaren geweest.” Hij wijst op de bezoekersaantallen: ruim 300.000 mensen per jaar op een terrein dat speciaal voor het evenement is aangelegd, groter dan de Amsterdamse Arena.
Toen hij het circuit ooit kocht, dacht hij niet aan een Formule 1-toekomst. “De Formule 1 wilde niet in Nederland rijden, omdat het een klein land was en weinig exposure bood.” Pas de hype rond Max Verstappen veranderde dat. Bij de terugkeer in 2021 schoten bij Bernhard de tranen in de ogen toen de eerste vrachtwagen het terrein op reed.
Lees ook: Pascal Wehrlein grijpt tweede Formule E-titel na crash met Dennis
Maatstaf voor andere circuits
De Dutch GP werd na de terugkeer al snel een referentiepunt voor andere organisatoren. Circuit-directeur Robert van Overdijk citeert F1-baas Stefano Domenicali, die het evenement destijds “de nieuwe benchmark van de Formule 1” noemde. Christian Horner omschreef de sfeer als “drie dagen en nachten in een nachtclub”. De FOM gebruikte Zandvoort volgens ingewijden zelfs als voorbeeld richting andere promotoren bij contractonderhandelingen.
Laatste keer, extra belangstelling
De aandacht voor de allerlaatste editie is groot, ook buiten Nederland. Zoekdata van Booking.com laten een stijging van bijna 300 procent zien in Noorwegen, gevolgd door Zwitserland en Polen. Ook in Nederland zelf zoeken mensen 170 procent vaker naar een overnachting dan in een gewone augustusweek. Amsterdam is zelfs populairder dan Zandvoort zelf, mede dankzij de goede treinverbinding.
Verstappen zelf komt met een Delfts blauwe helm als eerbetoon aan zijn laatste thuisrace, waarin hij nog records kan verbreken die zelfs voor een viervoudig wereldkampioen zeldzaam zijn.
Conclusie: afscheid uit voorzichtigheid, niet uit noodzaak
Bernhard noemt het einde een bewuste keuze om op het hoogtepunt te stoppen. Dat klinkt sterk, maar de cijfers vertellen ook een ander verhaal: een race die financieel afhankelijk blijft van één coureur, houdt op te bestaan zodra die coureur wegvalt. Misschien is dit dan ook geen afscheid uit trots, maar een afscheid uit rekenkundige voorzichtigheid.