Terwijl de rest van de paddock zich verbaast over de opmars van Kimi Antonelli, doet Max Verstappen daar niet aan mee. De Nederlander wist allang dat hij met bijzonder Kimi Antonelli talent te maken had. Niet sinds vorig jaar, niet sinds dit seizoen, maar sinds Antonelli nog in de karts reed.
“Ik denk dat je, toen hij nog in de kartwereld zat, al kon zien dat hij een van de meest opvallende talenten was”, zegt Verstappen. “Vervolgens maak je natuurlijk de overstap van de junior- naar de seniorcategorieën.”
Lees ook: Bortoleto: ‘Mijn plek bij Audi is veilig, ook na volgend jaar’
Die overstap verliep bij Antonelli zonder haperingen. Scout Gwen Lagrue pikte hem in 2019 op, de man die inmiddels het opleidingsprogramma van Red Bull gaat leiden. Verstappen wijst ook op iets kleins dat volgens hem veel zegt: Antonelli reed een paar races in de shifter-klasse voordat hij instapte in auto’s. “Ik denk dat hij het in zijn eerste race meteen voor elkaar kreeg tussen de grote namen in de kartwereld.”
Een rookiejaar vol pijn
Dat het ruwe talent er was, betwijfelde niemand. Dat het meteen zou renderen, wel. In zijn debuutseizoen 2025 haalde Antonelli drie podiums, tegen negen voor teamgenoot George Russell. Tussen Imola en Spa miste hij zes van de zeven keer de punten. Frustratie en fouten hoorden er volgens Verstappen gewoon bij. “Hij maakte ook een behoorlijk snelle sprong naar de Formule 1, en het is normaal dat je in je eerste jaar bepaalde fouten maakt. Natuurlijk wordt het altijd iets meer uitgelicht als je voor een topteam rijdt.”
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Verstappen twijfelde nooit aan een sprong voorwaarts. “Voor mij was er nooit enige twijfel dat hij het jaar erna al een stuk constanter competitief zou zijn. Dat is normaal in de ontwikkeling van een coureur.”
De rust van Bonnington
Wat Verstappen niet kon voorspellen, is wie die omslag zou bespoedigen. Teambaas Toto Wolff wijst naar race-engineer Peter Bonnington, twaalf jaar lang de rechterhand van Lewis Hamilton en eerder werkzaam met Michael Schumacher. “Bono is de engineer die het dichtst bij hem staat”, zegt Wolff. “Alle voorbereiding en debriefing gebeurt met Bono. Er zijn geen grote emoties, aan beide kanten niet. Geen paniek als het niet goed gaat, geen uitbundigheid als het wel goed gaat.”
Lees ook: Pascal Wehrlein grijpt tweede Formule E-titel na crash met Dennis
Vorig jaar was dat anders. “Er was druk, er was verdriet, er waren momenten dat niet duidelijk was hoe hij zich uit het gat zou graven”, erkent Wolff. Zelfs toen Russell in Melbourne dit seizoen won, bleef Antonelli onaangedaan. “Geen probleem. Ik kan het niet uitleggen. Hij is gewoon een ander persoon geworden.”
Cijfers die het verschil bewijzen
Met 219 punten leidt Antonelli de WK-stand, 50 punten voor Hamilton en 59 voor zijn teamgenoot. Zes overwinningen en negen podiums in elf races zetten hem op koers om de jongste kampioen in de F1-geschiedenis te worden, een record dat nu bij Sebastian Vettel ligt.
Twee verhalen, één conclusie
Het is een opvallende combinatie: een rivaal die het talent al jaren geleden signaleerde, en een engineer die dat talent pas dit seizoen tot bloei laat komen. Bonnington kan de snelheid van Antonelli niet creëren, dat deed het joch zelf al in de karts. Wat hij wel doet, is bepalen wat er gebeurt na een fout. En daar zat vorig jaar het echte probleem, niet in het talent zelf.