Pascal Wehrlein grijpt tweede Formule E-titel na crash met Dennis

3 min ·

Pascal Wehrlein finishte als veertiende. Geen podium, geen punten, een beschadigde auto. En toch is hij wereldkampioen Formule E. Zo grillig kan deze sport zijn: de Duitser werd in de slotrace van het seizoen in London tegelijk de mindere van bijna iedereen op de baan en de beste van het hele veld op papier.

Wehrlein is daarmee pas de tweede coureur in de geschiedenis van de klasse die twee keer wereldkampioen wordt, na Jean-Eric Vergne. Zijn eerste titel pakte hij in 2024. De weg naar de tweede liep dit keer via een aanrijding met zijn grootste rivaal, een vijfsecondenstraf en een radiobericht waarin hij zijn oud-teamgenoot uitmaakte voor slechte verliezer.

Lees ook: Bortoleto: ‘Mijn plek bij Audi is veilig, ook na volgend jaar’

Chaos in de slotfase

Lang leek Wehrlein op koers voor een rustige middag. Hij kwalificeerde als derde, achter de twee Mahindra’s van Nyck de Vries en Edoardo Mortara, en reed het grootste deel van de race veilig in de top vijf. Zijn taak was simpel: uit de problemen blijven en de vijf punten voorsprong op Jake Dennis verdedigen.

Dat liep anders. Mitch Evans, de derde man in de titelstrijd, werkte zich met hulp van teamgenoot Antonio Felix da Costa naar voren. Da Costa hield vervolgens Wehrlein op zo’n agressieve manier op dat de Duitser buiten de punten viel. Even leek Dennis, die de hele race had gespaard met zijn energie, virtueel wereldkampioen. Wehrlein noemde da Costa na afloop over de boordradio ronduit een ‘slechte verliezer’ en voegde eraan toe dat hij hem ‘drie jaar op rij had verslagen’.

Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app

Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.

Download app

De ontknoping kwam vier ronden voor het einde. Wehrlein dook naar binnen om langs Joel Eriksson te gaan, raakte diens achterkant en stuurde de Envision-Jaguar in een spin. Ook Dennis werd daarbij geraakt en moest voor een neuswissel naar binnen. Beide titelkandidaten vielen ver terug, Wehrlein eindigde als veertiende met een tijdstraf erbovenop, Dennis als achttiende. Genoeg voor Wehrlein om de titel alsnog te pakken.

Voorin ging de zege naar Taylor Barnard, de jongste racewinnaar ooit in de Formule E en de laatste coureur die voor DS Automobiles won voordat het merk de klasse verlaat. De Vries en Mortara maakten het Mahindra-feestje compleet met plek twee en drie. Evans, die zijn laatste race voor Jaguar reed na tien jaar bij het team, werd vierde en greep naast de titel, maar zag zijn team wel het constructeurskampioenschap pakken.

Lees ook: Sainz zocht een uitweg, maar komt weer bij Williams uit

Een oud zeer uit de Formule 1

Wie Wehrlein al langer volgt, herkent het patroon. Zijn Formule 1-carrière liep vast op precies dit soort marges. Bij Manor liet hij in 2016 kwalificatierondes zien die opvallend goed waren voor de auto waarin hij zat. Toch koos Force India een jaar later voor Esteban Ocon, zijn teamgenoot bij Manor, toen Mercedes zijn juniorcoureurs moest verdelen. Wehrlein stond op papier voor: hij zat al een jaar langer in het Mercedes-programma en was de jongste DTM-kampioen ooit geworden. Het team klikte simpelweg beter met Ocon.

Bij Sauber, waar Mercedes hem later plaatste, herhaalde zich iets vergelijkbaars. Toen Fred Vasseur de samenwerking met Ferrari smeedde en Charles Leclerc naar het team haalde, was het niet Wehrlein die de rekening kreeg, maar wel hij die uiteindelijk moest wijken, mede omdat de Zweedse sponsors achter Marcus Ericsson bleven investeren.

Conclusie

Wehrlein was nooit de coureur die een grid op zijn kop zette, maar ook nooit de coureur die je zomaar kon afschrijven. In de Formule 1 was dat precies zijn probleem: goed genoeg om te blijven, niet onmisbaar genoeg om vast te houden. In de Formule E draait het net zo, alleen wint hij daar nu de titels waar hij in de koningsklasse nooit de kans voor kreeg.