Terwijl Max Verstappen in Bahrein voor het eerst sprak over ‘Formule E op steroïden’, wist de FIA allang dat er problemen aankwamen. Niet pas in 2023, maar al in 2022. Dat erkent FIA-single-seaterdirecteur Nikolas Tombazis nu zelf. De simulaties toonden destijds al aan dat het nieuwe motorreglement voor 2026 tot energieproblemen zou leiden. Toch bleef ingrijpen uit. Niet omdat de FIA niet wilde, maar omdat het simpelweg niet mocht.
Het klinkt bijna ironisch: de bond die nu wordt bestookt met kritiek over het FIA reglement 2026, zag die kritiek al lang van tevoren aankomen. “We hadden veel van de zaken waar de coureurs nu over klagen al voorzien in de twee jaar voorafgaand aan de start van dit seizoen”, zegt Tombazis. “We hebben geprobeerd enkele aanpassingen door te voeren, maar dat is niet gelukt door de governance-structuur die toen van kracht was.”
Lees ook: Vijf lessen uit de eerste seizoenshelft van 2026
Een vetorecht voor vier fabrikanten
De verklaring zit in een document uit 2022. Toen de nieuwe motorenformule werd vastgelegd, tekenden de FIA, FOM en alle deelnemende motorfabrikanten een governance-overeenkomst. Vergelijkbaar met het Concorde Agreement aan teamzijde, maar dan voor power units. Die overeenkomst regelde ook hoe nieuwkomers als Audi zich moesten gedragen: geen onbeperkt budget, wel gebonden aan dezelfde regels als de gevestigde orde.
Het gevolg was een systeem waarin de FIA zelf nauwelijks nog kon bijsturen. Voor een substantiële wijziging was steun nodig van minimaal vier van de vijf motorfabrikanten. “Simpel gezegd: vier van hen stemden niet in met de veranderingen die we in de afgelopen jaren bespraken”, aldus Tombazis. Een meerderheid vinden voor verandering bleek dus jarenlang onmogelijk, ook al zag de FIA de bui al hangen.
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Coureurs klaagden, maar hadden gelijk
Verstappen was in 2023 tijdens de Grand Prix van Oostenrijk de eerste coureur die publiekelijk waarschuwde voor het nieuwe motorreglement. Dit seizoen kwam daar kritiek van onder anderen Oscar Piastri bij, die in Spa-Francorchamps sprak over ‘zelflerende elementen’ in de power units en algoritmes die kwalificaties zouden kunnen beïnvloeden. Tombazis noemt die toon niet verrassend. “Coureurs zijn per definitie behoorlijk veeleisende klanten. We hadden niet verwacht dat ze de zaken mooier zouden voorstellen of hun mening niet zouden geven.”
Pas in mei van dit jaar kwam er een pakket maatregelen voor 2027 en 2028, met een geleidelijke verschuiving naar een 60:40-verdeling tussen brandstofmotor en elektrisch vermogen. Tombazis noemt het tijdstip “jammer”. “Idealiter hadden we dat een paar jaar eerder kunnen doen en dan was al deze discussie waarschijnlijk niet nodig geweest.”
Lees ook: Vasseur: Ferrari moet ontwikkeltempo vasthouden in titelstrijd
Races blijven spannend, ondanks Mercedes
Toch wil Tombazis het beeld nuanceren dat het seizoen mislukt is. Ondanks het motorvoordeel van Mercedes noemt hij de races “behoorlijk spannend”, met veel gevechten en positiewisselingen. Vergelijkbare situaties bij eerdere reglementswijzigingen leidden volgens hem vaak tot ‘processie-achtige’ races. Dat is nu niet het geval, stelt hij.
Het blijft een opvallende paradox. Een bond die twee jaar van tevoren precies wist welke problemen zouden ontstaan, maar contractueel de handen op de rug gebonden had. De vraag is niet zozeer of de FIA had moeten luisteren naar de coureurs. Die vraag is beantwoord. De echte vraag is waarom een systeem is opgetuigd waarin vier bedrijven een reglementswijziging kunnen tegenhouden, terwijl de sport zelf de rekening betaalt.