Een team dat 159 punten achterstaat op de concurrentie, gooit normaal de handdoek in de ring en richt zich op volgend jaar. McLaren doet het tegenovergestelde. Ondanks een titelstrijd die vrijwel beslist is, blijft de renstal de McLaren 2026-auto tot in de laatste races van het seizoen doorontwikkelen. Niet uit koppigheid, maar omdat elke update op de baan volgens het team direct waarde heeft voor de auto van 2027.
Late zege na moeizame start
McLaren begon het seizoen met een achterstand op een aantal rivalen. In de constructeursstand staat het team nog altijd 159 punten achter leider Mercedes. Lando Norris bungelt op plek vijf in het rijderskampioenschap, Oscar Piastri staat zevende. Pas in Hongarije kwam er licht aan het einde van de tunnel: een pakket met een herziene vloer en een nieuwe voorvleugel, voortbouwend op eerdere updates uit Miami en Montreal, gaf Norris de ruimte om zijn eerste Grand Prix-zege van het jaar te pakken.
Lees ook: Norris noemt Russell ‘stiekem’ en steunt daarmee Verstappen
Technisch directeur engineering Neil Houldey wijt de trage start aan twee zaken tegelijk. Het team moest vorig jaar tot de laatste race een titelaanval van Max Verstappen afslaan, terwijl het tegelijk aan het 2026-concept werkte. “We hadden aan het einde van het seizoen een grote, hoewel enigszins verrassende, strijd met Max,” zei Houldey. “Maar we waren onze auto tot het einde van het jaar aan het ontwikkelen terwijl we aan 2026 werkten. Als je kijkt naar hoe we aan het begin van 2026 stonden, zaten we een beetje in de achtervolging vergeleken met een paar teams.”
Geen focusverschuiving naar 2027
Vorig jaar schakelden teams als Ferrari al vroeg volledig om naar het seizoen erna, zodra duidelijk werd dat er niets meer te halen viel. McLaren doet dat nu bewust niet. Het team werkt weliswaar al aan een auto voor 2027, met een langere wielbasis en een andere ophangingslay-out, maar ziet de huidige auto niet als afgeschreven project.
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Dat heeft ook te maken met de regelwijzigingen die volgend jaar ingaan. De front bib, ofwel de tea tray aan de voorkant van de vloer, wordt 300 millimeter korter. Dat raakt zowel de downforce als de rijhoogtes. Houldey verwacht dat de komende races nog grote onderdelen op de auto verschijnen, zelfs laat in het seizoen. “We stoppen zeker niet met de ontwikkeling van ’26, omdat we weten dat wat we ook meenemen naar 2027, die lessen zullen doorwerken,” aldus Houldey. “Zelfs als onze auto langer wordt en de ophanging conceptueel verandert, is alles wat we dit jaar leren zeer relevant voor volgend jaar.”
Volgens Houldey levert theoretisch werk achter een bureau nooit hetzelfde op als een onderdeel echt op de baan testen. “De beste manier om de performance die je genereert te begrijpen, is door die op het circuit te zetten en goed te testen. Als je nu stopt met 2026, brengt dat je meer in die theoretische wereld, en dat betekent niet per se dat je veel performance voor 2027 genereert.”
Lees ook: Honda onthult technische details achter motorupgrade voor Dutch Grand Prix
Ferrari-truc gemist, maar reglement biedt ruimte
McLaren kijkt ondertussen ook naar wat andere teams bedenken. De renstal is het derde team dat een omgekeerde achtervleugel test, een concept dat Ferrari als eerste liet zien tijdens de wintertests. Houldey noemt het “teleurstellend” dat McLaren die mogelijkheid in het reglement zelf niet eerder had gevonden. Het onderstreept volgens hem wel dat het technisch reglement van 2026 meer vrijheid biedt dan verwacht.
“Aerodynamisch gezien lijken de auto’s op elkaar, maar dat zijn ze eigenlijk niet,” aldus Houldey. “Het reglement geeft ons genoeg vrijheid. In het eerste jaar pik je veel op van wat andere teams doen. Sidepods zijn een goed voorbeeld: er zit misschien niet enorm veel performance in, maar je ziet in de pitstraat zoveel verschillende oplossingen. Niemand is nog naar hetzelfde punt toegegroeid.” Dat past ook bij het beeld dat Ferrari elders in de paddock schetst: teams die stoppen met ontwikkelen, geven zonder het te beseffen terrein weg.
Het bijzondere is dat McLaren zijn eigen achterstand toegeeft, maar tegelijk niet gelooft in stilstaan. De vraag is niet of het team het kampioenschap nog kan grijpen, dat gevecht lijkt beslist. De vraag is of de discipline om dit seizoen door te blijven ontwikkelen, McLaren volgend jaar een voorsprong geeft die de rest van de grid node moet inhalen.