De apex is het punt in een bocht waar de coureur het dichtst bij de binnenkant van het circuit komt. In het Nederlands wordt dit ook wel het 'clippingpoint' of 'binnenpunt' genoemd. De apex vormt een belangrijk onderdeel van de ideale racelijn en bepaalt in grote mate hoe snel een coureur door een bocht kan rijden.
Het 'raken' van de apex betekent dat de coureur op precies het juiste moment het binnenste punt van de bocht passeert. Dit zorgt ervoor dat de coureur de meest rechte lijn door de bocht kan rijden, waardoor de snelheid zo hoog mogelijk blijft. Wanneer een coureur de apex mist – doordat hij te vroeg of te laat instuurt – kost dit tijd op het rechte stuk dat volgt.
Waarom is de apex zo belangrijk?
De apex markeert het omslagpunt in de bocht: het moment waarop de coureur overgaat van remmen naar accelereren. Door de apex goed te raken, kan de auto een grotere boogstraal volgen, wat minder stuurhoek vereist en meer snelheid toelaat. Op de meeste circuits is de apex te herkennen aan de kerbstones (rood-witte randjes) aan de binnenkant van de bocht.
Vroege versus late apex
Niet elke bocht heeft de apex op hetzelfde punt. Bij snelle bochten ligt de apex meestal vroeg in de bocht, wat helpt om een hoge snelheid vast te houden. Bij langzame haarspeldbochten kiezen coureurs juist voor een late apex. Dit betekent dat ze later instuuren, waardoor ze eerder gas kunnen geven op de uitgang van de bocht en sneller het volgende rechte stuk op kunnen.
Het kiezen van de juiste apex hangt af van wat er na de bocht komt. Als er een lang recht stuk volgt, is een late apex vaak sneller, omdat de uitgangssnelheid dan hoger is. Sommige bochten, zoals Turn 16-18 op het Circuit of the Americas, hebben zelfs een dubbele apex, waarbij de coureur twee keer dicht langs de binnenkant komt.
Praktijkvoorbeeld
Denk aan een klassieke haarnaaldbocht zoals Turn 1 in Barcelona. Coureurs naderen de bocht van buiten, remmen hard af en sturen relatief laat in. Door een late apex te kiezen, kunnen ze de auto snel rechtuit richten en vroeg beginnen met accelereren richting het rechte stuk. Een coureur die te vroeg instuurt, moet aan de uitgang nog veel sturen en kan dus later vol gas geven – dat kost vaak meerdere tienden van een seconde.