De olievlag is een geel-rood gestreepte vlag die waarschuwt voor gladheid op het circuit. Wanneer marshals deze vlag tonen, betekent dit dat het wegdek op dat stuk van de baan veranderd is en minder grip biedt. Dit kan komen door olie, koelvloeistof, water of kleine stukjes grind op de baan.
Waarom is de olievlag belangrijk?
In de Formule 1 rijden coureurs op slicks tijdens droog weer. Deze banden hebben geen profiel en zijn volledig afhankelijk van grip tussen rubber en asfalt. Als er olie of water op de baan ligt, kan een coureur gemakkelijk de controle verliezen. De olievlag geeft coureurs de kans om zich voor te bereiden op verminderde grip en hun rijlijn aan te passen.
Hoe werkt de olievlag?
De olievlag wordt niet gezwaaid zoals andere vlaggen, maar stilgehouden. Dit voorkomt verwarring met andere vlaggen. Marshals tonen de vlag bij hun post vóór het gladde gedeelte, zodat coureurs van tevoren gewaarschuwd zijn. De vlag blijft meestal minimaal vier ronden zichtbaar, of totdat de baan weer normaal is.
Moet je afremmen bij de olievlag?
Anders dan bij de gele vlag hoeven coureurs bij de olievlag niet verplicht hun snelheid te minderen. De vlag is vooral een waarschuwing om extra voorzichtig te zijn en rekening te houden met veranderende baanomstandigheden. Coureurs passen vaak wel hun rempunten en rijlijn aan om problemen te voorkomen.
Praktijkvoorbeeld
Stel dat een auto motorproblemen krijgt en olie verliest in bocht 7. De marshals bij bocht 6 tonen dan de olievlag, zodat naderende coureurs weten dat ze voorzichtig moeten zijn door bocht 7. Door de waarschuwing kunnen ze hun snelheid aanpassen en een spin of crash voorkomen.