Aan het einde van ronde 23 zette Carlos Sainz zijn Williams langs de pitmuur en stapte uit. Alle stroom was er plotseling uit. Dat was het beeld van het weekend voor Williams in Oostenrijk, ook figuurlijk. Want wat daarna volgde bij de microfoons, was een zeldzaam eerlijke analyse van een team dat het water tot de lippen staat.
Sainz zonder omwegen over de Williams
Sainz liet weinig aan de verbeelding over. “We hebben geen betrouwbaarheid, we hebben geen snelheid, we hebben geen auto die in staat is punten te scoren,” zei hij na de race. Niet de gebruikelijke omfloerste teamtaal, maar een directe conclusie na drie opeenvolgende Grands Prix zonder puntenfinish.
Lees ook: Lawson woedend op Lindblad na negeren teamorders in GP Oostenrijk
Toch was het begin van de zondag even hoopvol geweest. Vrijdag en zaterdag had de FW48 zich absoluut niet thuis gevoeld op de Red Bull Ring. Beide coureurs stranden in Q1, met Sainz op P17 en Albon op P18 als startposities voor de race. Maar voor de start ontdekte het team meerdere problemen in de afstelling van Sainz’ auto. Na aanpassingen reed hij ineens een heel ander verhaal. Hij vocht met Haas, Alpine en Audi, en hield ze achter zich. “Dat is het positieve dat ik meeneem: de snelheid,” zei hij.
Die nuance schraapte hij daarna zelf meteen weg. “Positief alleen binnen de context van het prestatieniveau dat we op dit moment hebben, en dat is erg slecht. Laten we onszelf niet voor de gek houden.” Op ronde 23 viel alle stroom weg. Elektrisch probleem. Race voorbij. De Williams stond stil op het rechte stuk, de Virtual Safety Car rolde uit.
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Albon: ‘Mensen gingen heel makkelijk aan me voorbij’
Alex Albon haalde wel de finish, maar dat was vooral een technisch feit. Hij eindigde op P17, twee ronden achter de leider, net voor Fernando Alonso’s Aston Martin. In het kwalificatieuur was er bovendien iets misgegaan zonder dat Albon het wist. Tussen zijn tweede en derde run in Q1 werden er aanpassingen aan zijn auto gedaan. “We hebben daarmee ons eigen graf gegraven,” zei hij. Het klonk niet als een aanval op een individu, meer als een constatering dat de communicatie beter had gemoeten.
Zijn frustratie was het grootst over het gebrek aan pure snelheid. Williams verloor per ronde meer dan twee en een halve seconde op de top. De Racing Bulls reden hem op een ronde. Toen iemand opmerkte dat inhalen in Oostenrijk moeilijker is geworden zonder klassiek DRS, reageerde Albon droog: “Wirklich? Aan mij zijn mensen vrij gemakkelijk voorbijgekomen.” Een van de scherpere zelfanalyses van het weekend.
Lees ook: Brown lacht de Verstappen-geruchten weg, maar gooit de deur niet helemaal dicht
Silverstone als strohalm, niet als redding
Williams brengt komend weekend bij de thuisrace op Silverstone een eerste pakket upgrades. Teambaas James Vowles had dat al eerder aangekondigd. Sainz hoopt dat het “een beetje meer competitief” maakt, maar voegt er meteen aan toe dat de afgelopen reeks weekenden op snelle, warme circuits structureel te zwak was.
Albon is nog nuchterder. “Het gaat ons niet naar het middenveld brengen, maar misschien iets dichter bij Haas.” Williams heeft zijn updateprogramma bewust spaarzaam gehouden, om het budgetplafond niet op te branden aan kleine wijzigingen. Het doel is het gewichts- en prestatieprobleem in één keer aanpakken. Of dat plan werkt, moet Silverstone uitwijzen.
Williams staat achtste in het constructeurskampioenschap met elf punten. Sainz staat veertiende bij de coureurs met zes punten. Al na Barcelona waarschuwde Sainz dat updates alleen niet genoeg zijn. In Oostenrijk klonk die waarschuwing een toon zwaarder. De vraag is niet of Silverstone Williams verlost, maar of het überhaupt het begin kan zijn van een antwoord.