Max Verstappen noemde de nieuwe Formule 1-auto’s tijdens de wintertests nog “anti-racing” en vergeleek ze met “Formule E op steroïden”. Van diezelfde coureur klinkt nu een heel ander geluid: hij accepteert dat de mogelijke terugkeer van V8-motoren in de Formule 1 nog tot 2030 op zich kan laten wachten. Wie de felheid van zijn eerdere uitspraken kent, mag dat gerust een opvallende ommezwaai noemen.
“Ik heb de situatie waarin we zitten geaccepteerd. Persoonlijk ben ik er natuurlijk niet blij mee”, zei Verstappen tegen de media, onder wie RacingNews365. Zijn woorden volgen op gesprekken met zowel de Formule 1 als de FIA, waarin volgens hem al wordt gewerkt aan kleine verbeteringen voor de komende seizoenen.
Lees ook: BMW ziet niets in Formule 1-terugkeer: ‘WEC en IMSA passen beter bij ons’
Contract tot 2030 als brug naar de V8
Verstappen tekende deze zomer een nieuw contract bij Red Bull Racing, dat loopt tot en met 2030. Dat jaartal is geen toeval. FIA-president Mohammed Ben Sulayem noemt 2030 namelijk als mikpunt voor de eerste mogelijke terugkeer van de V8-motor in de koningsklasse, voor het eerst sinds 2013. Verstappens oude contract liep al door tot 2028, maar met de nieuwe deal blijft de deur naar een eventuele V8-toekomst bij Red Bull open.
“Met de discussies die ik heb gehad met de Formule 1 en de FIA, waarbij al wordt geprobeerd kleine verbeteringen door te voeren voor volgend jaar en het jaar daarna, plus het jaar waarvoor ik heb getekend, waardoor de deur openblijft voor een mogelijke terugkeer van de V8, ben ik bereid dat te accepteren”, aldus Verstappen. “Maar op dit moment is het, laten we zeggen, niet fantastisch.”
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Van 50:50 naar 60:40
De kern van Verstappens ergernis ligt in de krachtsverhouding tussen de verbrandingsmotor en de batterij. Sinds dit seizoen komt het vermogen uit een verdeling van 50:50 tussen de klassieke motor en het 350kW-batterijsysteem, tegenover een verhouding van ongeveer 80:20 in 2025. Voor 2027 wordt die verhouding al aangepast om de afhankelijkheid van de verbrandingsmotor te vergroten, en in 2028 moet dat oplopen tot 60:40 in het voordeel van de motor.
Verstappen dreigde tijdens de eerste confrontatie met de nieuwe auto’s zelfs met vervroegd stoppen, ruim voordat zijn oude contract in 2028 zou aflopen. Van die dreiging is inmiddels weinig over. Sterker nog: als de V8 daadwerkelijk terugkeert, houdt hij de mogelijkheid open om tot in de jaren dertig te blijven racen.
Lees ook: Alonso overweegt toekomst bij Aston Martin: Honda moet driveability-probleem oplossen
Nog altijd geen fan, wel realistisch
Dat Verstappen de knop nu omzet, betekent niet dat hij enthousiast is geworden over de huidige generatie auto’s. “Ik hou nog steeds van racen. Het is nog steeds een Formule 1-auto, en sommige circuits liggen beter dan andere. We weten zeker dat we op sommige vlakken kunnen verbeteren”, zei hij. “Dus hopelijk wordt het door de jaren heen een beetje beter.”
Die laatste zin verraadt meer dan een simpele geruststelling. Verstappen legt zich neer bij een systeem waarvan hij de basis nog altijd niet omarmt, in de hoop dat geleidelijke aanpassingen het dragelijker maken. Het is geen bekering, eerder een zakelijke afweging: liever een langzame terugkeer naar een motor die hem wél aanspreekt, dan nu al de deur dichttrekken. Of de FIA die belofte van 2030 ook waarmaakt, is een ander verhaal. Verstappen heeft in ieder geval alvast getekend voor de wachttijd.