Red Bull Racing staat na drie raceweekenden op de zesde plaats in het constructeurskampioenschap met slechts 16 punten. De RB22 is gemiddeld bijna een seconde langzamer dan de koploper in de kwalificatie. Dat maakt dit de langzaamste Red Bull in elf jaar. En de motor is niet de voornaamste oorzaak.

Foto: Red Bull Content Pool
Red Bull kampt met grootste prestatietekort sinds 2015: motor niet het probleem
RB22 langzaamste Red Bull in elf jaar
De cijfers zijn helder. Red Bull verliest gemiddeld 0,97 seconde per ronde op de kwalificatiepace van de leider. In de race loopt dat op tot 1,26 seconde achter Mercedes. Daarmee staat het team momenteel op gelijke hoogte met Alpine en Haas, en heeft het een achterstand van ongeveer vier tienden op McLaren.
Voor het laatst was Red Bull zo traag in 2015, toen Daniel Ricciardo en Daniil Kvyat voor het team reden. Het kwalificatietekort bedroeg toen gemiddeld 1,18 seconde, ook ten opzichte van Mercedes. Opvallend genoeg deed Red Bull het in het eerste hybride seizoen, 2014, zelfs beter: de achterstand op Mercedes was dat jaar 0,83 seconde per ronde.
Dat het team nu op dit niveau rijdt, is ook intern een verrassing. Teambaas Laurent Mekies erkent de situatie, maar plaatst het in perspectief: “Er is niet één specifiek onderdeel waarop we ons moeten richten.” Hij spreekt van een “ontwikkelingsjaar” en benadrukt dat het motorproject al een grote stap voorwaarts vertegenwoordigt. “Bedenk dat deze krachtbron drie of vier jaar geleden nog niet bestond. De fabriek bestond niet eens.”
Motor niet de zwakte, bochten wel
Wat de data laat zien, is dat de motor van Red Bull Powertrains, ontwikkeld in samenwerking met Ford, niet de voornaamste zwakte is. Op alle drie de circuits tot nu toe, Australië, China en Japan, was de topsnelheid van de RB22 competitief en zelfs hoger dan die van Ferrari. Max Verstappen beaamde dat na de Grand Prix van Japan: “Qua motorvermogen zitten we best oké. Maar we hebben nog heel veel werk te doen aan de auto.”
De tijdverliezen zitten in de bochten. Dat was zichtbaar in het tweede sector in China en door de snelle esses in Japan. Een vergelijking met zusterteam Racing Bulls maakt het nog duidelijker: beide teams gebruiken dezelfde motor, maar bereiken hun rondetijden op een totaal andere manier. Racing Bulls zit in de middenmoot qua topsnelheid, terwijl het fabrieksteam tot de snelsten behoort op de rechte stukken. Dat verschil wijst naar een tekort aan downforce op de RB22 en een concept dat te sterk gericht is op lage luchtweerstand.
Isack Hadjar heeft dat meerdere keren benadrukt. Volgens hem mist de auto grip en neerwaartse druk. Die combinatie, veel snelheid op de rechte stukken maar verlies in de bochten, lijkt sterk op de aanpak die Red Bull eerder toepaste in de vroege hybride jaren om een zwakkere Renault-motor te compenseren.
De terugweg kan lang zijn
Na de introductie van het hybride tijdperk in 2014 duurde het zeven seizoenen voordat Red Bull terugkeerde als dominante kracht. Pas in 2019 was het kwalificatieverschil met Mercedes gedaald tot onder de halve seconde. Die historische parallel is weinig geruststellend, al zijn de situaties niet volledig vergelijkbaar. De regelwijziging van 2025 naar 2026 was minder ingrijpend dan die van 2013 naar 2014. Bovendien heeft Red Bull nu volledig eigen controle over de aandrijving, iets wat in de Renault-jaren niet het geval was.
Ook Helmut Marko kijkt terug op de moeizame start en stelt dat updates in Japan de auto de verkeerde richting op hebben gestuurd. “In de loop van het Europese seizoen mag worden aangenomen dat Red Bull weer vooraan mee kan doen”, aldus de voormalig Red Bull-adviseur.
Mekies verwacht in Miami een soort herstart voor het veld, met grote upgrades van meerdere teams. Of Red Bull daarmee de achterstand op de constructeursstand kan verkleinen, moet blijken. De conclusie is helder: fundamentele problemen moeten eerst worden opgelost voordat overwinningen realistisch zijn.