Terwijl Adrian Newey de tekentafel vulde en Aramco de rekeningen betaalde, zat Honda eind vorig jaar nog rustig achterover. Alles zag er ‘oké’ uit, zo blikt trackside manager Shintaro Orihara nu terug. Een maand later stortte dat vertrouwen in elkaar. Precies dat contrast maakt de Honda motorproblemen Aston Martin tot een verhaal over een bedrijf dat zichzelf voor de gek hield, niet over een geheime samenzwering die naar buiten kwam.
Van optimisme naar januari-schrik
Orihara windt er in gesprek met internationale media geen doekjes om. “Aan het einde van vorig jaar was onze positie niet zo slecht”, zegt hij. “De performance en de driveability bevonden zich nog in de ontwikkelingsfase, maar het zag er prima uit.” Woorden die achteraf een beetje wrang klinken, want een paar weken later bleek er weinig van te kloppen.
Lees ook: Het herstel van Aston Martin: doorbraak of gezichtsbedrog?
In januari ging het mis. Niet met een knal, maar met een grillig patroon. “We realiseerden ons dat de performance op en neer ging. We wisten wel wat performance te vinden, maar toen vonden we ook betrouwbaarheidsproblemen”, aldus Orihara. Betrouwbaarheid staat bij Honda altijd bovenaan, dus koos het bedrijf ervoor om vermogen in te leveren voor stabiliteit. Logisch, maar het kostte wel kostbare ontwikkeltijd.
Barcelona bevestigde het slechte nieuws
De wintertest in Barcelona werd het moment van de waarheid. “We kwamen tot de conclusie dat onze performance niet goed was vergeleken met andere fabrikanten”, zegt Orihara. Daarbovenop kwamen problemen met de batterij, die extra baantijd kostten op een moment dat elke ronde telde. Aston Martin en Honda hadden data nodig om de achterstand te dichten, maar verloren juist tijd aan een probleem dat ze niet hadden zien aankomen.
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
“Eind vorig jaar zagen we al dat we misschien niet competitief zouden zijn, maar zo slecht hadden we het niet verwacht”, geeft Orihara toe. Een zin die het hele verhaal samenvat: niet de verrassing dat er problemen waren, maar de omvang ervan.
Waarom dit zo lastig te fixen is
Honda wijst niet naar één zwak onderdeel, maar naar de stapeling van veranderingen in het nieuwe reglement. Het vermogen van de MGU-K schoot van 120 naar 350 kilowatt, de brandstofdoorstroming werd aangepast en de MGU-H verdween volledig. Dat laatste raakte vooral de rijdbaarheid, iets waar coureurs het hele seizoen al over klagen. “Het is moeilijk één onderdeel aan te wijzen dat het meest uitdagend was”, zegt Orihara. “Het is de combinatie van alles tegelijk.”
Lees ook: Vroege wekker voor F1-fans: dit is hoe laat de GP van Bahrein in Maleisië start
De vergelijking met de Red Bull-jaren dringt zich op, al erkent Honda zelf dat dit project fundamenteel anders is opgezet, mede omdat het bedrijf F1-kennis wil doorsluizen naar andere onderdelen van het concern. Een mooi doel, maar het verklaart niet waarom de eigen simulaties er zo naast zaten.
Zandvoort als eerste testcase
Voor Zandvoort staat een update gepland die zich puur richt op de verbrandingsmotor. Het pakket werd al getest tijdens een filmdag, waarover Honda eerder bijna 30 pk extra beloofde. Genoeg om het gat te dichten wordt het voorlopig niet, maar het is wel de eerste concrete stap sinds de winter.
Aan de kant van Aston Martin zelf gebeurt intussen ook het nodige. Het team pakte in Hongarije uit met een groot chassisupdate, waarmee het plots naar het middenveld sprong. Of dat duurzaam herstel is of eenmalig geluk, blijft de vraag die ook elders al gesteld wordt in het herstel van Aston Martin.
Een project dat opnieuw moet bewijzen wat het waard is
Het is makkelijk om achteraf slim te doen over verkeerde inschattingen. Toch is het opvallend dat een fabrikant met de ervaring van Honda zich zo liet verrassen door zijn eigen motor. De vraag is niet meer of Honda en Aston Martin fouten hebben gemaakt, die erkennen ze zelf al. De vraag is of het duo dit seizoen nog tijd genoeg heeft om het tij te keren, of dat 2026 wordt onthouden als het jaar waarin de grote droom vooral een grote leerschool bleek.