Een week eerder stond Aston Martin in Spa met afstand laatste. In Hongarije reed het team ineens Cadillac, Williams en Haas voorbij, plus de Alpine van Franco Colapinto. Dat verschil valt niet toe te schrijven aan toeval. Het komt door de grootste update van het seizoen: een Aston Martin upgrade van de AMR26 die door velen al een B-specificatie wordt genoemd.
Zestien onderdelen werden vervangen. Vloer, sidepods, motorkap, diffuser, voorvleugel, neus, achterwielophanging. Vrijwel niets aan de buitenkant van de auto bleef hetzelfde. Chief Trackside Officer Mike Krack noemt het resultaat geen toeval, maar wel een opluchting. “Ik denk dat we hier kwamen en zeiden: het belangrijkste doel is om weer te gaan racen,” zei Krack na afloop. “Dat hebben we bereikt. Het updatepakket werkt, en nu moeten we de volgende stappen zetten.”
Lees ook: Russell wenst niemand zijn pechseizoen toe na anti-stall drama Hongarije
Alonso voelt voor het eerst dit jaar competitiviteit
Fernando Alonso bereikte in de kwalificatie voor het eerst dit seizoen Q2. In de race eindigde hij als veertiende, Lance Stroll werd dertiende. Weinig indrukwekkende cijfers op papier, maar voor een team dat het hele seizoen op slechts één WK-punt stond, betekent het aansluiting bij het middenveld.
“Ik vond het fijn om de competitiviteit opnieuw te voelen en vooral in het begin hadden we het tempo om de auto’s in het middenveld te volgen,” zei Alonso na afloop van de race. “Dat was goed, en hopelijk een goede basis om mee te werken aan deze nieuwe auto.”
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Telemetrie wees uit dat de AMR26-B in racesnelheid zo’n drie seconden won ten opzichte van eerdere races zoals Silverstone en Spa. Geen klein verschil in een sport waar honderdsten al het onderscheid maken tussen punten en niets.
Krack: geen alles-of-niets-moment
Toch relativeert Krack de vooruitgang. Volgens hem was het pakket geen wondermiddel, maar een eerste stap in een langere ontwikkelingsweg. “De verwachting was een verbetering in rondetijd of een percentage. Je weet nooit wat de concurrentie brengt, dus je kunt niet zeggen: ik zal voor deze auto rijden, of achter die andere,” aldus Krack. “Het middenveld ligt zo dicht bij elkaar dat je dat vooraf gewoon niet kunt voorspellen.”
Lees ook: Verstappen krijgt nieuw contractvoorstel van Red Bull na Hongarije
Het team koos bovendien voor minder conservatieve bandenstrategieën dan gebruikelijk, iets wat volgens Krack alleen kan als de auto het toelaat. “Als je een auto hebt die het aankan, neem je misschien minder conservatieve keuzes op banden, en dan werkt het geheel beter.”
Ophangingsdefect zet domper op het weekend
Het weekend verliep niet zonder kleerscheuren. Stroll kreeg tijdens de eerste vrije training te maken met een defect aan de linkerachterwielophanging, waarbij een van de zestien nieuwe onderdelen faalde. Hij miste daardoor de volledige tweede training, waardoor alleen Alonso’s auto kilometers kon maken. Aston Martin moest onderdelen vanuit Engeland invliegen om beide auto’s zaterdag klaar te krijgen.
Krack erkent dat betrouwbaarheid minstens zo belangrijk is als snelheid. “Geen prestatie ter wereld helpt je als de auto kapot gaat, en je kunt je prestatie niet ontwikkelen als de auto kapot gaat,” zei hij. “We hebben vanaf het begin van het jaar gezegd dat het belangrijkste is dat we races uitrijden.”
Zandvoort als volgende test
De blik richt zich nu op de Grand Prix van Nederland op Circuit Zandvoort. Daar wil Aston Martin zijn grootste zwakte aanpakken: de snelheid op de rechte stukken. Honda brengt daar een geüpgradede power unit, met geruchten over een vermogenswinst van 20 tot 50 pk. Honda heeft de nieuwe motor al officieel aangekondigd voor Zandvoort, wat samen met verdere aerodynamische updates het volgende hoofdstuk moet vormen.
Alonso, die tot minstens het einde van 2026 vastligt bij het team, klinkt voorzichtig positief. Toch blijft de vraag hoeveel van de sprong in Hongarije te danken is aan echte vooruitgang, en hoeveel aan een middenveld dat toevallig even dichter bij elkaar lag dan verwacht. Zandvoort geeft daar een eerlijker antwoord op dan Boedapest ooit kon.