Foto: XPB Images

Bearman slaat alarm over vrije val van Haas: ‘Het doet echt pijn’

4 min ·

Er zijn manieren om een slecht seizoen te verbloemen, en er is de manier van Oliver Bearman. Geen nette teamtaal, geen verwijzing naar ‘leerpunten’. Gewoon de conclusie hardop uitspreken: Haas is momenteel de tiende beste ploeg van de Formule 1. Tiende van de elf, om precies te zijn, met alleen nieuwkomer Cadillac nog achter zich. Voor een team dat het seizoen begon met verrassend goede resultaten, is dat een harde landing.

De Brit windt er in gesprek met Motorsport.com geen doekjes om. Zijn team stond het grootste deel van de seizoenstart nog stevig in de top van het middenveld. Inmiddels hoort Haas bij de achterblijvers, en de reden is bekend: geld. Of eigenlijk het gebrek eraan.

Lees ook: Hamilton relativeert discussie over Verstappen Red Bull contract en zijn plek in de geschiedenis

‘Het doet echt pijn’, zegt Bearman

De directe aanleiding is de Hongaarse Grand Prix, waar Haas voor het eerst in vijf races weer met lege handen naar huis ging. Aston Martin bracht in Boedapest een omvangrijk pakket chassisupgrades mee, waarmee zowel Fernando Alonso als Lance Stroll voor Bearman eindigde. Voor de coureur zelf betekende het weekend een uitschakeling al in Q1.

“We hadden echt een heel goed begin van het seizoen, met een auto die snel was en goed presteerde. We waren er blij mee,” zegt Bearman. “Maar stap voor stap haalden anderen ons in, gingen ze ons voorbij, en nu hebben ze ons volledig achtergelaten.”

Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app

Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.

Download app

Hij illustreert het verval met een concreet voorbeeld uit Australië, waar Haas dit seizoen begon. “We vochten met Racing Bulls. Ik weet nog dat ik ze allebei inhaalde in de race in Australië en gewoon wegreed. Dat zouden we nu niet meer durven dromen. Het is grappig hoe snel dingen veranderen.”

Van beste tot bijna slechtste, in één seizoen

Wat het extra wrang maakt: 2025 verliep precies andersom. Toen verbeterde Haas zijn relatieve positie juist naarmate het seizoen vorderde, met een achtste plaats in het constructeurskampioenschap als resultaat. Bearman noemt dat een van de weinige jaren waarin het team het hele seizoen goed tempo vasthield.

Lees ook: Verstappen elfde in vrije training Dutch GP, Antonelli pakt toptijd in Zandvoort

2026 draait dat patroon terug naar wat volgens hem meer het historische Haas-verhaal is: een auto die als basis meteen snel is, maar die niet meekan met de ontwikkeling van de concurrentie. “Nu komen we weer bij wat we in het verleden vaker bij Haas zagen: ongelooflijk sterk beginnen met een snelle auto als basis, maar niet in staat zijn om te verbeteren zoals anderen dat wel kunnen,” aldus de coureur.

Het laatste grote upgradepakket van Haas dateert alweer van Montreal, in mei. Sindsdien bleef het stil, terwijl rivalen door bleven ontwikkelen. Dat verschil in tempo is volgens Bearman de kern van het probleem. “Als de anderen elke drie races een upgrade brengen, kunnen wij dat maar eens in de negen races. En dat is niet snel genoeg.”

Budgetplafond met een addertje

De officiële verklaring is bekend en klinkt logisch: Haas heeft als privateer het kleinste budget van de grid, tegenover fabrieksteams als Mercedes, Ferrari en inmiddels ook Aston Martin. Teambaas Ayao Komatsu wees eerder al op een verwant probleem: het team heeft simpelweg te weinig personeel om op elk vlak te kunnen concurreren, ook al biedt het budgetplafond op papier gelijke financiële kansen.

Dat verschil deed er in de slotfase van het vorige reglement minder toe. 2025 was het laatste jaar van een uitontwikkeld reglement, waarin de auto’s onderling weinig meer veranderden. Nu de sport middenin een nieuwe reglementscyclus zit, is continue ontwikkeling juist de doorslaggevende factor. “Vorig jaar werden we daar waarschijnlijk niet op afgerekend, omdat het het laatste jaar van een heel volwassen reglement was,” legt Bearman uit. “Nu komen we in 2026, waar iedereen de auto blijft updaten. De teams tegenover ons brengen elke drie races een andere auto. Het is bizar. Hebben jullie Red Bull gezien, van Japan tot Miami? Dat was een andere auto. Daar kunnen wij nooit van dromen.”

Aston Martin illustreert precies waar Haas tegenop moet boksen. Het team van Lawrence Stroll krijgt dit weekend in Zandvoort een bijgewerkte Honda-motor, na eerder al fors te hebben geïnvesteerd in chassisontwikkeling. Terwijl Haas moet rekenen op elke euro, kan een fabrieksgesteund team op meerdere fronten tegelijk blijven bouwen.

Bearman zet het scherp neer: Haas begrijpt de auto goed, weet hoe een snel chassis eruitziet, maar mist simpelweg de mensen en middelen om dat elk paar races opnieuw te bevestigen. Zelfs Cadillac, met de status van complete nieuwkomer, staakt inmiddels bewust zijn ontwikkeling voor dit seizoen om alvast op 2027 te focussen. Dat Haas desondanks nog altijd net boven die ploeg staat, is dan ook weinig meer dan een schrale troost.

De vraag is niet of Haas dit seizoen nog een stap terug gaat maken. Die stap is al gezet. De vraag is of een team van deze omvang, in een tijdperk waarin ontwikkeling de sleutel is, ooit weer structureel kan meedoen zonder dat het budget verandert.