Oscar Piastri betaalt de eerste rekening van Lando Norris’ nieuwe contract. Terwijl zijn teamgenoot zich tot en met 2030 aan McLaren bindt, wordt de Australiër de coureur die het felst de gevolgen voelt van een coureursmarkt die potdicht zit.
McLaren en Norris tekenden zaterdag een nieuw contract tot en met 2030. Het is de derde grote verlenging op rij in de top van de grid, na Max Verstappen bij Red Bull en Charles Leclerc bij Ferrari. Voor Norris zelf is de keuze logisch: hij is wereldkampioen, wint races en heeft geen enkele reden om te vertrekken.
Lees ook: Waarom Zak Brown de Dutch GP oversloeg voor een race in Washington D.C.
Piastri onder druk
Voor Piastri ligt dat anders. Zijn eigen contract loopt tot eind 2028, twee jaar korter dan dat van Norris. Dat verschil was er al langer, maar krijgt nu meer gewicht. McLaren kiest impliciet voor de coureur die momenteel presteert, en dat is Norris.
Piastri liep dit seizoen fors achterstand op zijn teamgenoot op, nadat hij worstelde met een losse achterkant van zijn McLaren. In de WK-stand groeit dat gat elk raceweekend. Dat maakt zijn positie binnen het team kwetsbaarder dan een jaar geleden, toen hij nog zelf om de titel vocht.
Lees dit soort nieuws ook onderweg in de F1Head app
Gratis beschikbaar voor Android, push-notificaties bij breaking news, WK-standen, kalender en meer.
Josh Suttill van The Race noemt het een lastige spagaat. Piastri zou volgens hem op termijn een aantrekkelijke naam kunnen zijn voor een team als Audi of Aston Martin, dat een coureur wil opbouwen rond een project. Maar eerst moet hij zichzelf weer bewijzen. “Piastri zal zichzelf eerst uit dit gat moeten trekken, anders loopt hij het risico de duidelijk zwakere naam naast Norris te worden,” schrijft Suttill voor The Race.
Coureursmarkt op slot
De timing van Norris’ contract valt niet toevallig samen met die van Verstappen. Bij de vier topteams is nu vrijwel elke stoel voor langere tijd bezet. Verstappen en Leclerc zitten vast tot minstens 2030, Norris ook, en Piastri tot eind 2028. Ook bij Mercedes wordt verwacht dat de zaken snel op orde komen.
Lees ook: Lando Norris tekent nieuw contract bij McLaren tot en met 2030
Die stabiliteit aan de top werkt door in de rest van het veld. Carlos Sainz en Alex Albon tekenden onlangs bij, ondanks een auto bij Williams die dit seizoen ver onder de maat presteerde. Beide coureurs hadden weinig keus: er stond nergens anders een stoel vrij die iets beters bood. Wie boven aan de grid vastligt, bepaalt wat er onderaan nog mogelijk is. Dat is niet nieuw, maar het effect is dit seizoen extremer dan ooit.
Geen ruimte voor nieuw talent
De echte pijn zit bij coureurs die nog moeten doorbreken. Ollie Bearman presteert prima bij Haas en is Ferrari-junior, maar heeft voorlopig geen realistisch uitzicht op een stoel bij de Scuderia. Datzelfde geldt voor Rafael Camara, ook een Ferrari-talent, die daardoor minder kans maakt om naast Bearman bij Haas te stappen. Het Amerikaanse team, met Toyota als technisch partner, wil begrijpelijk niet allebei de stoelen aan Ferrari-junioren geven.
Leonardo Fornaroli, reservecoureur bij McLaren en de huidige F2-kampioen, wordt genoemd voor de stoel van Esteban Ocon. Die laatste lijkt de enige coureur die serieus risico loopt zijn plek te verliezen, in een grid waar vorig jaar alleen Yuki Tsunoda werd gedropt. Gary Anderson wijst op het grotere probleem daarachter. “Deze langlopende contracten sluiten de deur voor opkomend talent. Er is nauwelijks testtijd om te laten zien wat je waard bent,” zegt Anderson, eveneens bij The Race.
De Formule 1 praat graag over het opsporen van talent en het toegankelijker maken van de sport. Wat die woorden waard zijn, blijkt uit de praktijk: junior-coureurs zitten vast in de middenmoot of staan helemaal buitenspel, terwijl de topstoelen tot 2030 zijn dichtgetimmerd.
Wat blijft er over
Norris hoeft zich geen zorgen te maken. Zijn positie is zeker, zijn vorm is goed en zijn team gelooft in hem. Voor Piastri, Bearman en Fornaroli ligt dat anders. Zij moeten wachten tot iemand boven hen een stoel vrijgeeft, en die kans wordt met elk nieuw contract kleiner. De coureursmarkt is niet zomaar stil, hij is dichtgetimmerd tot minstens het einde van deze reglementencyclus. De vraag is niet meer wie er nog kan wisselen, maar wie er nog geduld heeft om te wachten.